Uitspraak
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.De (gewijzigde) verzoeken
4.De standpunten
5.5. De beoordeling
6.De beslissing
Arnhem-Leeuwarden
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 8 april 2019 het verzoek van het Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering (GI) tot het verlenen van een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp voor twee minderjarige zussen, geboren in 2001 en 2003 in Italië. De zussen verblijven momenteel bij een gesloten instelling en er is sprake van een overgang naar een open instelling. De GI stelde dat de machtiging noodzakelijk was vanwege zorgen over naleving van afspraken en mogelijke weglopen.
De kinderrechter nam kennis van eerdere beslissingen, het DNA-verwantschapsonderzoek en de voortgangsrapportages. Tijdens de zitting werden de minderjarigen, hun ouders, advocaten, vertegenwoordigers van de GI en de Raad voor de Kinderbescherming gehoord. De GI trok een eerder verzoek tot machtiging gesloten jeugdhulp in en diende een gewijzigd verzoek in voor een voorwaardelijke machtiging.
De advocaat van de minderjarigen en de ouders betoogden dat het verzoek niet concreet was, niet onderbouwd en niet passend, mede omdat de oudste bijna meerderjarig is en de zussen naar een open instelling gaan. De kinderrechter oordeelde dat er onvoldoende aanwijzingen waren dat de zussen zich niet aan afspraken zouden houden of zouden weglopen. De overgang naar de open instelling werd als positief beoordeeld, waarbij begeleiding en oefening belangrijk zijn.
De kinderrechter wees het verzoek tot verlening van een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp af en ook het resterende deel van het verzoek tot machtiging gesloten jeugdhulp. De beslissing werd mondeling gegeven op 10 april 2019. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak.
Uitkomst: Verzoek tot verlening van een voorwaardelijke en reguliere machtiging gesloten jeugdhulp is afgewezen.