Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Verloop van de procedure
2.Feiten
[achternaam van verzoekster 1].
[A](hierna te noemen: de man).
Rechtbank Midden-Nederland
Verzoeksters, de moeder en haar echtgenote, hebben verzocht om adoptie van de meerderjarige stiefdochter door de overleden echtgenoot van de moeder. De rechtbank stelt vast dat adoptie een kinderbeschermingsmaatregel is en dat de wet vereist dat het kind minderjarig moet zijn op het moment van indiening van het verzoek. De verzoekster was 37 jaar oud bij indiening, waardoor niet aan dit vereiste is voldaan.
Verzoeksters beroepen zich op het recht op family life uit artikel 8 EVRM Pro, maar de rechtbank volgt vaste jurisprudentie dat dit recht niet het recht op adoptie omvat. Het feit dat het gezinsverband niet juridisch wordt erkend, vormt geen ongeoorloofde inbreuk op artikel 8 EVRM Pro. Alleen in zeer bijzondere gevallen kan hiervan worden afgeweken, maar de rechtbank oordeelt dat die uitzonderingssituatie hier niet aanwezig is.
Hoewel er een feitelijk gezinsverband bestaat en de stiefdochter ook erfgenaam is, is het niet uitzonderlijk dat de juridische ouder een minder prominente rol speelt. De biologische vader heeft geen vaderrol vervuld en stemde schriftelijk in met de adoptie. De rechtbank begrijpt het emotionele belang, maar wijst het verzoek af wegens het ontbreken van de wettelijke minderjarigheidsvoorwaarde.
Uitkomst: Het verzoek tot adoptie van de meerderjarige stiefdochter wordt afgewezen wegens het niet voldoen aan het minderjarigheidsvereiste.