ECLI:NL:RBMNE:2019:1989

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
9 mei 2019
Publicatiedatum
6 mei 2019
Zaaknummer
C/16/476276 / FO RK 19-286
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • P.W.G. de Beer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 RvArt. 10:105 BWArt. 1:227 BWArt. 1:228 BWArt. 8 EVRM
Verwijzingen
9 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot adoptie meerderjarige stiefdochter wegens minderjarigheidsvereiste

Verzoeksters, de moeder en haar echtgenote, hebben verzocht om adoptie van de meerderjarige stiefdochter door de overleden echtgenoot van de moeder. De rechtbank stelt vast dat adoptie een kinderbeschermingsmaatregel is en dat de wet vereist dat het kind minderjarig moet zijn op het moment van indiening van het verzoek. De verzoekster was 37 jaar oud bij indiening, waardoor niet aan dit vereiste is voldaan.

Verzoeksters beroepen zich op het recht op family life uit artikel 8 EVRM Pro, maar de rechtbank volgt vaste jurisprudentie dat dit recht niet het recht op adoptie omvat. Het feit dat het gezinsverband niet juridisch wordt erkend, vormt geen ongeoorloofde inbreuk op artikel 8 EVRM Pro. Alleen in zeer bijzondere gevallen kan hiervan worden afgeweken, maar de rechtbank oordeelt dat die uitzonderingssituatie hier niet aanwezig is.

Hoewel er een feitelijk gezinsverband bestaat en de stiefdochter ook erfgenaam is, is het niet uitzonderlijk dat de juridische ouder een minder prominente rol speelt. De biologische vader heeft geen vaderrol vervuld en stemde schriftelijk in met de adoptie. De rechtbank begrijpt het emotionele belang, maar wijst het verzoek af wegens het ontbreken van de wettelijke minderjarigheidsvoorwaarde.

Uitkomst: Het verzoek tot adoptie van de meerderjarige stiefdochter wordt afgewezen wegens het niet voldoen aan het minderjarigheidsvereiste.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familierecht
locatie Utrecht
zaaknummer: C/16/476276 / FO RK 19-286
adoptie
Beschikking van 9 mei 2019
in de zaak van:
[verzoekster 1] ,
hierna te noemen: de moeder,
- en -
[verzoekster 2],
hierna te noemen: [voornaam van verzoekster 2] ,
beiden wonende te [woonplaats] ,
hierna gezamenlijk te noemen: verzoeksters,
advocaat: mr. A.B. Sluijs,
als erfgenamen van
[A],
overleden op [overlijdensdatum] 2019 te [plaatsnaam] ,
hierna te noemen: de man,
met als belanghebbende:
[belanghebbende],
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: de heer [achternaam van belanghebbende] .

1.Verloop van de procedure

1.1.
Verzoeksters hebben op 27 februari 2019 een verzoekschrift, met bijlagen, ingediend.
1.2.
Nadien heeft de rechtbank nog een brief van 29 maart 2019 ontvangen van verzoeksters, met bijlagen, en het faxbericht van 3 april 2019 van verzoeksters.
1.3.
Het verzoekschrift is besproken tijdens de zitting van 4 april 2019.
Bij de zitting waren verzoeksters met hun advocaat aanwezig en de partner van [voornaam van verzoekster 2] .
De heer [achternaam van belanghebbende] was ook uitgenodigd, maar hij was niet aanwezig bij de zitting.

2.Feiten

2.1.
Op [geboortedatum] 1981 is te [geboorteplaats] geboren:
[voornamen van verzoekster 2] [achternaam van belanghebbende], als dochter van de moeder en de heer [achternaam van belanghebbende] .
De geslachtsnaam van [voornaam van verzoekster 2] is op […] 1990 gewijzigd in:
[achternaam van verzoekster 1].
2.2.
De moeder en de heer [achternaam van belanghebbende] zijn op [echtscheidingsdatum] 1982 van elkaar gescheiden.
2.3.
De moeder is op [trouwdatum] 1992 getrouwd met
[A](hierna te noemen: de man).
2.4.
De man is overleden op [overlijdensdatum] 2019 te [plaatsnaam] .
2.5.
Verzoeksters hebben de Nederlandse nationaliteit. De man had de Franse nationaliteit.

3.Beoordeling van het verzoek

Verzoek

3.1.
Verzoeksters hebben de (stiefouder)adoptie verzocht van de meerderjarige [voornaam van verzoekster 2] door de man. Volgens verzoeksters was het de laatste wens van de man om [voornaam van verzoekster 2] te adopteren. De man heeft daarom vlak voor zijn overlijden mr. Sluijs opdracht gegeven om dit verzoek in te dienen. Verzoeksters zetten de procedure voort namens de man. Zij vinden het belangrijk dat de laatste wens van de man in vervulling gaat. [voornaam van verzoekster 2] wil zelf ook graag door de man worden geadopteerd, zodat zij niet alleen gevoelsmatig, maar ook formeel deel uitmaakt van de familie [achternaam van A] .
Bevoegdheid
3.2.
De Nederlandse rechter is op grond van artikel 3 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) bevoegd om kennis te nemen van het verzoek.
Toepasselijk recht
3.3.
Blijkens artikel 10:105 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) is Nederlands recht van toepassing op het verzoek.
Beoordeling
3.4.
De rechtbank zal het verzoek afwijzen. De rechtbank zal hierna uitleggen hoe zij tot dit oordeel komt.
3.5.
De rechtbank stelt voorop dat adoptie een kinderbeschermingsmaatregel is.
Het verzoek tot adoptie moet worden getoetst aan de voorwaarden die zijn opgenomen in de artikelen 1:227 en 1:228 BW.
[voornaam van verzoekster 2] was op de dag van de indiening van het verzoekschrift 37 jaar oud. Dit betekent dat niet is voldaan aan de in artikel 1:228 lid 1 onder Pro a BW gestelde voorwaarde dat het kind op de dag van de indiening van het verzoekschrift minderjarig is. Adoptie van [voornaam van verzoekster 2] door de man is daarom op grond van de nationale wetgeving niet mogelijk.
3.6.
Door verzoeksters is gesteld dat het feit dat [voornaam van verzoekster 2] meerderjarig is niet in de weg staat aan de adoptie. Zij verwijzen in dit kader naar het recht op family life, zoals vastgelegd in artikel 8 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM).
3.7.
Volgens vaste jurisprudentie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens is het recht op adoptie niet één van de door het EVRM beschermde rechten. Dat een feitelijk gezinsverband niet wordt omgezet in een juridisch gezinsverband is op zichzelf niet in strijd met artikel 8 EVRM Pro. Het enkele feit dat adoptie niet mogelijk is wanneer niet wordt voldaan aan de in de nationale wetgeving vastgestelde voorwaarden, kan daarom in beginsel niet worden aangemerkt als een ongeoorloofde inbreuk op het recht op family life.
Ook de Hoge Raad heeft beslist dat aan artikel 8 EVRM Pro weliswaar het recht op bescherming van family life tussen de ouders en een door hen geadopteerd kind kan worden ontleend, maar niet het recht om een kind te adopteren zonder dat wordt voldaan aan de eisen voor adoptie volgens de nationale wet (Hoge Raad 30 juni 2000, NJ 2001,103. ECLI:NL:2000:AA6339).
3.8.
Het weigeren van een adoptie kan onder zeer bijzondere omstandigheden zo’n inbreuk maken op het bestaande gezinsleven dat toch voorbij kan worden gegaan aan het minderjarigheidsvereiste van artikel 1:228 lid 1 onder Pro a BW. Het gaat dan om uitzonderlijke gevallen, waarin de weigering van de adoptie vanwege enkel de meerderjarigheid bij de indiening van het verzoek een ongeoorloofde inbreuk op het door artikel 8 EVRM Pro beschermde gezins- en familieleven met zich mee zou brengen.
De rechtbank vindt dat er in de situatie van verzoeksters geen sprake is van zo’n uitzonderlijke situatie. Zij zal dat hierna uitleggen.
3.9.
[voornaam van verzoekster 2] heeft bijna haar hele leven in gezinsverband geleefd met de moeder en de man. Voor hun gevoel waren [voornaam van verzoekster 2] en de man als vader en dochter van elkaar. De man heeft bij testament [voornaam van verzoekster 2] (mede) benoemd tot zijn erfgenaam. [voornaam van verzoekster 2] is ook door de familie van de man geaccepteerd als dochter van de man en zij hebben een goed contact met elkaar.
De heer [achternaam van belanghebbende] heeft geen vaderrol vervuld in het leven van [voornaam van verzoekster 2] . Zij hebben elkaar kort na de geboorte van [voornaam van verzoekster 2] voor het laatst gezien. De heer [achternaam van belanghebbende] heeft schriftelijk ingestemd met het verzoek tot adoptie.
Vaststaat dat er een feitelijk gezinsverband is tussen de moeder, de man en [voornaam van verzoekster 2] . Het is echter in deze tijd – waarin stiefouders en samengestelde gezinnen steeds vaker voorkomen – niet uitzonderlijk dat iemand een betere band heeft met zijn of haar ‘sociale’ ouder dan met zijn of haar juridische ouder. Volgens de rechtbank is er daarom geen sprake van zeer bijzondere omstandigheden die kunnen leiden tot een uitzondering op het minderjarigheidsvereiste bij adoptie. De rechtbank zal daarom het verzoek tot adoptie van [voornaam van verzoekster 2] door de man afwijzen.
3.10.
De rechtbank begrijpt dat de adoptie uit emotioneel oogpunt belangrijk is voor verzoeksters – zeker nu dit de laatste wens van de man was – en dat de afwijzing van het verzoek een teleurstelling zal zijn.

4.Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. P.W.G. de Beer, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Verouden als griffier en in het openbaar uitgesproken op 9 mei 2019.
..