De rechtbank Midden-Nederland heeft op 18 april 2019 een tweede tussenbeschikking genomen in een zaak betreffende de ondertoezichtstelling van een minderjarige. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling met drie maanden vanwege het langdurige niet naar school gaan van de minderjarige, wat een bedreiging vormt voor zijn ontwikkeling.
Tijdens de zitting waren onder meer de leerplichtambtenaar, passend onderwijs, de moeder, vader, en vertegenwoordigers van de gecertificeerde instelling aanwezig. Ouders verzetten zich niet tegen de verlenging en geven aan voorkeur te hebben voor een school in de woonplaats van de minderjarige, maar accepteren ook een school elders.
De rechtbank constateert dat het niet is gelukt om de minderjarige aan te melden voor onderwijs of dagbesteding, hoewel er mogelijk een plek beschikbaar komt bij een instelling in een andere plaats. De situatie blijft zorgelijk en de kinderrechter acht het noodzakelijk de ondertoezichtstelling te verlengen en de zaak nauwgezet te blijven volgen. Een nieuwe zitting is gepland op 2 juli 2019, waarbij ook de directeur van de school zal worden opgeroepen.