Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2019:2032

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
18 april 2019
Publicatiedatum
8 mei 2019
Zaaknummer
C/16/474483 / JL RK 19-63
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Tussenbeschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling minderjarige wegens langdurig schoolverzuim

De rechtbank Midden-Nederland heeft op 18 april 2019 een tweede tussenbeschikking genomen in een zaak betreffende de ondertoezichtstelling van een minderjarige. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling met drie maanden vanwege het langdurige niet naar school gaan van de minderjarige, wat een bedreiging vormt voor zijn ontwikkeling.

Tijdens de zitting waren onder meer de leerplichtambtenaar, passend onderwijs, de moeder, vader, en vertegenwoordigers van de gecertificeerde instelling aanwezig. Ouders verzetten zich niet tegen de verlenging en geven aan voorkeur te hebben voor een school in de woonplaats van de minderjarige, maar accepteren ook een school elders.

De rechtbank constateert dat het niet is gelukt om de minderjarige aan te melden voor onderwijs of dagbesteding, hoewel er mogelijk een plek beschikbaar komt bij een instelling in een andere plaats. De situatie blijft zorgelijk en de kinderrechter acht het noodzakelijk de ondertoezichtstelling te verlengen en de zaak nauwgezet te blijven volgen. Een nieuwe zitting is gepland op 2 juli 2019, waarbij ook de directeur van de school zal worden opgeroepen.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt verlengd tot 22 september 2019 wegens langdurig schoolverzuim en bedreiging van zijn ontwikkeling.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Familierecht
Zittingsplaats: Almere
Zaakgegevens : C/16/474483 / JL RK 19-63
datum uitspraak: 18 april 2019

beschikking verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak van
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering, hierna te noemen de gecertificeerde instelling (GI),
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
betreffende
[naam minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2006 te [geboorteplaats] , hierna te noemen [voornaam van minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[belanghebbende 1] , hierna te noemen de moeder,

wonende te [woonplaats] ,

[belanghebbende 2] , hierna te noemen de vader,

wonende te [woonplaats] .

Het procesverloop

De kinderrechter heeft, bij beschikking van 7 maart 2019, de ondertoezichtstelling van [voornaam van minderjarige] verlengd voor de duur van drie maanden. Het meer of anders verzochte is aangehouden tot de zitting van 18 april 2019, voor welke zitting eveneens de leerplichtambtenaar en passend onderwijs worden opgeroepen.
Op 18 april 2019 heeft de kinderrechter de zaak verder ter zitting met gesloten deuren behandeld en gehoord:
- de minderjarige [voornaam van minderjarige] , die apart is gehoord,
- de moeder, bijgestaan door mr. B.V. Rafaela,
- de vader,
- mevrouw [A] namens de GI,
- mevrouw [B] , leerplichtambtenaar,
- mevrouw [C] , passend onderwijs.

De standpunten

Ouders hebben zich ter zitting niet verzet tegen een verlenging van de ondertoezichtstelling. Moeder zou het liefste zien dat er een school wordt gevonden in [woonplaats] , maar zal zich niet verzetten tegen de school in [plaatsnaam] .

De verdere beoordeling

Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting blijkt het volgende. De afgelopen periode is het niet gelukt om [voornaam van minderjarige] aan te melden voor onderwijs of dagbesteding. Er is mogelijk zicht op een plaats bij [naam instelling] in [plaatsnaam] . De schoolgang van [voornaam van minderjarige] kan daar rustig en met de juiste begeleiding weer worden opgestart. Op dit moment is deze plek echter onvoldoende concreet en is niet duidelijk of én wanneer [voornaam van minderjarige] daar eventueel kan starten. De kinderrechter vindt het zorgelijk dat, als de school in [plaatsnaam] niet door kan gaan, [voornaam van minderjarige] mogelijk nog verder weg naar school zou moeten en wenst opnieuw zicht op de zaak te houden.
De kinderrechter concludeert dat [voornaam van minderjarige] nog onverminderd wordt bedreigd in zijn ontwikkeling en dat de huidige situatie, waarin [voornaam van minderjarige] al geruime tijd niet naar school gaat, nog niet doorbroken is. Doordat er onverminderd sprake is van een bedreiging in de ontwikkeling van [voornaam van minderjarige] is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW). De kinderrechter zal daarom opnieuw de ondertoezichtstelling van [voornaam van minderjarige] verlengen voor de duur van drie maanden en het meer of anders verzochte aanhouden tot de zitting van 2 juli 2019. Voor de volgende zitting zal, naast de aanwezigen op de zitting van 18 april 2019, eveneens de directeur van [naam school] worden opgeroepen. Mochten er in de tussentijd concrete ontwikkelingen zijn, dan wenst de kinderrechter hiervan op de hoogte te worden gebracht door de GI.

De beslissing

De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam van minderjarige] tot 22 september 2019;
houdt het meer of anders verzochte aan;
bepaalt dat er opnieuw een zitting zal plaatsvinden op
2 juli 2019te
13.30 uur, welke zitting zal worden gehouden in het gerechtsgebouw te Almere (adres: De Diagonaal 37, 1315 XK). De griffier zal partijen, de leerplichtambtenaar, passend onderwijs en de directeur van [naam school] hiervoor oproepen;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 april 2019 door mr. L.P. de Haas, kinderrechter, in tegenwoordigheid van D. van Garderen als griffier.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Arnhem-Leeuwarden
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking wordt vastgesteld op