Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
thans verblijvende in het Huis van Bewaring van het detentiecentrum te Schiphol.
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland behandelde een zaak tegen verdachte die werd verdacht van poging zware mishandeling en bedreiging op 15 september 2018 te Alphen aan den Rijn. De verdediging stelde dat de rechtbank Midden-Nederland niet bevoegd was omdat de feiten in het arrondissement Den Haag plaatsvonden en daar al vervolging was gestart.
De officier van justitie betoogde dat de rechtbank Midden-Nederland wel bevoegd was omdat er in Den Haag geen dagvaarding was uitgebracht en de vervolging was voortgezet met dagvaarding in Midden-Nederland om samen te voegen met andere zaken. De rechtbank oordeelde dat de vervolging ook aanvangt met het bevel tot voorlopige hechtenis, dat reeds in Den Haag was gevorderd en afgegeven.
Hierdoor was sprake van gelijktijdige vervolging in twee arrondissementen, waarbij volgens artikel 2 Sv Pro de rechtbank in het arrondissement waar de feiten zijn gepleegd en de vervolging het eerst is ingesteld, exclusief bevoegd is. Dit is de rechtbank Den Haag. Daarom verklaarde de rechtbank Midden-Nederland zich onbevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten.
Uitkomst: De rechtbank Midden-Nederland verklaart zich onbevoegd omdat de rechtbank Den Haag exclusief bevoegd is.