ECLI:NL:RBMNE:2019:2260
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken strafbaar bestanddeel bij illegaal verblijf in oefenpand politie
Een 28-jarige man werd vervolgd voor het kraken van een pand aan de Krakelingenweg te Zeist, dat echter nog in gebruik was als oefenpand voor het arrestatieteam van de politie. De rechtbank oordeelde dat het primair ten laste gelegde kraken niet bewezen kon worden omdat het pand niet leegstond en dus niet gekraakt kon worden.
Subsidiair werd de verdachte vervolgd voor het wederrechtelijk binnendringen en vertoeven in het pand en het erf. De rechtbank stelde vast dat verdachte op 14 maart 2019 aanwezig was bij de ontruiming en in een boom zat, waarbij hij weigerde het terrein te verlaten na meerdere sommatie door de politie. Dit werd aangemerkt als medeplegen van wederrechtelijk vertoeven.
Echter, omdat het bestanddeel dat verdachte zich niet op de vordering van de rechthebbende aanstonds verwijdert niet ten laste was gelegd, kon het subsidiair bewezen verklaarde feit niet strafbaar worden geacht. Daarom werd verdachte daarvoor ontslagen van alle rechtsvervolging. De vordering van de benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard omdat geen straf of maatregel werd opgelegd.
De rechtbank oordeelde tevens dat de vervolging niet in strijd was met de rechten uit het EVRM en dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk was. De uitspraak werd gewezen door de meervoudige kamer van de rechtbank Midden-Nederland op 20 mei 2019.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van kraken en ontslagen van rechtsvervolging wegens ontbreken strafbaar bestanddeel bij wederrechtelijk vertoeven.