ECLI:NL:RBMNE:2019:2262
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken strafbaar bestanddeel bij illegaal vertoeven in pand
Een 28-jarige man werd vervolgd voor het kraken van een pand aan de Krakelingenweg in Zeist en subsidiair voor het wederrechtelijk binnendringen en vertoeven in dat pand en erf. Het pand werd echter nog gebruikt als oefenpand voor het arrestatieteam, waardoor het primaire ten laste gelegde kraken niet bewezen kon worden. De rechtbank sprak verdachte vrij van het primaire feit.
Subsidiair werd bewezen verklaard dat verdachte op 14 maart 2019 samen met anderen wederrechtelijk in het pand en op het erf aanwezig was en niet op de vordering van de rechthebbende vertrok. De rechtbank oordeelde echter dat het bestanddeel van het niet onmiddellijk verwijderen niet ten laste was gelegd, waardoor het subsidiaire feit niet strafbaar kon worden verklaard. Verdachte werd daarom ook voor dit feit ontslagen van alle rechtsvervolging.
De rechtbank verwierp het verweer van de verdediging dat de vervolging disproportioneel was vanwege het karakter van een sit-in demonstratie en oordeelde dat de inbreuk op de rechten uit het EVRM gerechtvaardigd en noodzakelijk was. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar schadevordering, die bij de burgerlijke rechter moet worden ingediend.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van kraken en ontslagen van rechtsvervolging voor het subsidiaire feit wegens ontbreken van een strafbaar bestanddeel.