ECLI:NL:RBMNE:2019:2264
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak voor kraken en huisvredebreuk wegens ontbreken strafbare bestanddelen
In deze strafzaak stond een 28-jarige man uit Deventer terecht voor het illegaal binnendringen en het wederrechtelijk vertoeven in een pand aan de Krakelingenweg te Zeist, dat door het arrestatieteam van de politie als oefenpand werd gebruikt. De rechtbank oordeelde dat het primaire tenlastegelegde kraken niet bewezen kon worden omdat het pand feitelijk nog in gebruik was, waardoor het wettelijk vereiste bestanddeel van beëindiging van gebruik ontbrak.
Subsidiair werd de verdachte vervolgd voor het wederrechtelijk vertoeven in het pand en op het erf. Hoewel niet kon worden vastgesteld of de verdachte zich daadwerkelijk in het pand bevond, was hij wel aanwezig bij de ontruiming en maakte hij deel uit van een groep die weigerde te vertrekken. De rechtbank kwalificeerde dit als medeplegen van het wederrechtelijk vertoeven, maar stelde vast dat een essentieel bestanddeel van het strafbare feit, namelijk het niet onmiddellijk verwijderen op vordering van de rechthebbende, niet tenlaste was gelegd.
Daarom werd de verdachte vrijgesproken van het primaire feit en ontslagen van rechtsvervolging voor het subsidiaire feit. De acht andere verdachten werden eveneens ontslagen van rechtsvervolging. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding, die bij de burgerlijke rechter kan worden ingediend.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van kraken en ontslagen van rechtsvervolging voor huisvredebreuk wegens ontbreken van een essentieel bestanddeel.