Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 mei 2019 in de zaak tussen
Voxer B.V., te Huizen , eiseres
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Laren, verweerder
[derde-partij 1], te [woonplaats] , en
Procesverloop
Overwegingen
26 februari 2018 die in het dossier zitten, zijn busjes van [aannemingsbedrijf] en personen die op de bouwplaats rondlopen te zien, maar hieruit kan niet worden afgeleid dat daadwerkelijk was begonnen met de afbouw. Omdat er op dat moment geen concrete aannemingsovereenkomst was én in de periode daarvoor ook maar heel af en toe werkzaamheden zijn uitgevoerd, had verweerder uit de werkzaamheden van eind februari 2018 niet hoeven afleiden dat eiseres het appartementencomplex nu wel op korte termijn zou afbouwen. Onder deze omstandigheden heeft verweerder naar het oordeel van de rechtbank in redelijkheid over kunnen gaan tot intrekking van de vergunningen.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;