ECLI:NL:RVS:2019:1215
Raad van State
- Hoger beroep
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bouwvergunningen wegens langdurig niet-gebruik en veroudering bouwplan
Het college van burgemeester en wethouders van Hilversum heeft op 3 maart 2016 twee bouwvergunningen ingetrokken die waren verleend voor de oprichting van een appartementengebouw op een perceel te Hilversum. De vergunninghouder, appellant, maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze intrekking, maar zowel het college als de rechtbank verklaarden het bezwaar en beroep ongegrond.
De Raad van State oordeelt dat het college bevoegd was tot intrekking omdat de vergunningen langer dan 26 weken niet zijn benut. De procedure voor intrekking was correct gevolgd, waarbij geen uitgebreide voorbereidingsprocedure vereist was en geen andere belanghebbenden dan appellant in de gelegenheid hoefden te worden gesteld hun zienswijze te geven.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt dat het college terecht een belangenafweging heeft gemaakt, waarbij het niet-gebruik en de veroudering van het bouwplan een rol speelden. Het college heeft appellant meerdere malen uitstel verleend om gebruik te maken van de vergunningen, maar appellant heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij binnen korte termijn zou starten. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat er geen ondubbelzinnige toezeggingen waren dat intrekking zou worden afgezien zolang appellant gebruik wilde maken van de vergunningen.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bouwvergunningen wordt bevestigd omdat appellant de vergunningen langer dan 26 weken niet heeft benut en het bouwplan verouderd is.