ECLI:NL:RBMNE:2019:2296

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
20 mei 2019
Publicatiedatum
23 mei 2019
Zaaknummer
16/063036-19 (P)
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 138a lid 1 Wetboek van StrafrechtArt. 138a lid 3 Wetboek van StrafrechtArt. 47 lid 1 Wetboek van StrafrechtArt. 138 lid 1 Wetboek van StrafrechtArt. 138 lid 4 Wetboek van Strafrecht
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor illegaal binnendringen pand in Zeist met nietigheid dagvaarding voor andere verdachte

In januari 2019 drong een groep personen, waaronder een 28-jarige man uit Deventer, illegaal een pand aan de Krakelingenweg in Zeist binnen. Dit pand werd gebruikt als oefenpand voor het arrestatieteam van de politie. De rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van kraken omdat het pand in gebruik was. De man werd veroordeeld voor huisvredebreuk wegens het wederrechtelijk binnendringen en het openstellen van het pand voor anderen.

Een groep van 11 personen weigerde op 14 maart 2019 het pand en erf te verlaten, waarna de politie overging tot ontruiming. Van deze groep werden acht verdachten ontslagen van alle rechtsvervolging omdat het Openbaar Ministerie niet had bewezen dat zij bij de eerste binnendringers hoorden en omdat de dagvaarding aan een verkeerde persoon was uitgereikt.

De rechtbank stelde vast dat de dagvaarding voor een van de verdachten nietig was omdat deze niet aan de juiste persoon was betekend. De 28-jarige man werd veroordeeld tot 14 dagen gevangenisstraf, waarvan 10 dagen voorwaardelijk. De overige acht verdachten werden vrijgesproken en ontslagen van rechtsvervolging.

Uitkomst: De 28-jarige man is veroordeeld tot 14 dagen gevangenisstraf, waarvan 10 voorwaardelijk, voor illegaal binnendringen van het pand.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16/063036-19 (P)
Vonnis van de meervoudige kamer van 20 mei 2019.
in de strafzaak tegen
NN4 ( [nummer] ),
geboortedatum en geboorteplaats onbekend,
zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande.

1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 6 mei 2019.

2.TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
primairin de periode van 25 januari 2019 tot en met 14 maart 2019 te [woonplaats] tezamen en in vereniging, een woning aan de aan de [adres] heeft gekraakt.
subsidiair:in de periode van 25 januari 2019 tot en met 14 maart 2019 te [woonplaats] tezamen en in vereniging, een woning aan de [adres] , bij een ander dan bij verdachte en zijn mededaders in gebruik, wederrechtelijk is binnengedrongen of wederrechtelijk heeft vertoefd;

3.GELDIGHEID DAGVAARDING

Uit onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat op de akte van uitreiking staat vermeld dat bij verdachte NN4 SKN-nummer [nummer] hoort. Bij de akte van uitreiking van de dagvaarding een ID-staat is gevoegd, met daarop een foto van een persoon. Op pagina 191 van het dossier staat een foto afgedrukt van een persoon die is aangeduid met NN4. De rechtbank heeft geconstateerd dat deze persoon niet dezelfde persoon is als degene die op de foto staat van de ID-staat bij de akte uitreiking. De rechtbank stelt aldus vast dat de dagvaarding niet op geldige wijze, namelijk aan de verkeerde persoon, is uitgereikt. Nu verdachte niet op de zitting is verschenen en daarmee dit gebrek in de betekening niet wordt gedekt, is de dagvaarding nietig.

4.BESLISSING

De rechtbank:
Geldigheid dagvaarding
- verklaart de dagvaarding nietig.
Dit vonnis is gewezen door mr. O.P van Tricht, voorzitter, mrs. C. van de Lustgraaf en M.C. Danel, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.M.F. Deug, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 20 mei 2019.
Mr. M.C. Danel is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage: de tenlastelegging
Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:
hij in de periode van 25 januari 2019 tot en met 14 maart 2019 te [woonplaats] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in een woning en/of gebouw, gelegen aan de [adres] aldaar, waarvan het gebruik door de rechthebbende was beëindigd wederrechtelijk is binnengedrongen en/of wederrechtelijk aldaar heeft vertoefd;
(art 138a lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 138a lid 3 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht)
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij in de periode van 25 januari 2019 tot en met 14 maart 2019 te [woonplaats] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in de woning, het besloten lokaal en/of het erf, gelegen aan de [adres] aldaar, bij [bedrijf 1] B.V en [bedrijf 2] B.V., althans bij een ander of anderen dan bij verdachte en/of zijn mededader(s), in gebruik wederrechtelijk is binnengedrongen en/of wederrechtelijk aldaar heeft/hebben vertoefd;
( art 138 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht, art 138 lid 4 Wetboek Pro van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht