ECLI:NL:RBMNE:2019:2431
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen handhaving herstel keldermuur en achtergevel
Verzoeker, eigenaar van een pand te Utrecht, werd door het college van burgemeester en wethouders gelast om de mandelige keldermuur en de achtergevel van zijn pand te herstellen vanwege constructieve instabiliteit. Het college legde dwangsommen op bij niet-naleving. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening om het handhavend optreden te schorsen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de keldermuur en het ontbreken van de achtergevel niet voldoen aan artikel 2.6 van het Bouwbesluit 2012, hetgeen een overtreding is van artikel 1b, tweede lid, van de Woningwet. De tijdelijke stempelconstructie biedt geen duurzame oplossing. Het college is bevoegd tot handhaving en het belang van de veiligheid van bewoners, bezoekers en voorbijgangers weegt zwaarder dan het belang van verzoeker bij schorsing.
Verzoeker stelde dat het handhavend optreden onevenredig is en dat eerst onderzoek naar de oorzaak en aansprakelijkheid moet plaatsvinden. De voorzieningenrechter vond dit onvoldoende om het besluit te schorsen, mede omdat verzoeker al een omgevingsvergunning had voor renovatie en de veiligheid op dit moment onvoldoende duurzaam gewaarborgd is.
De dwangsommen en begunstigingstermijn zijn redelijk gelet op de ernst van de situatie. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de handhavingsbesluiten blijven in stand.