Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
2.De verdere beoordeling
108,00(1,5 punten x tarief € 72,00)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
De zaak betreft een geschil tussen CAIW Diensten B.V. en een consument over de geldigheid van een telefonisch gesloten overeenkomst voor internetdiensten. CAIW stelde dat de overeenkomst telefonisch tot stand kwam en dat zij de consument daarna per e-mail de kerngegevens en algemene voorwaarden had toegezonden. Deze e-mail kon echter niet worden gevonden. Wel werden brieven overgelegd die op 10 augustus 2015 per post waren verzonden.
De consument betwistte ontvangst van deze brieven en stelde dat zij niet was geïnformeerd over essentiële informatie zoals het herroepingsrecht, de duur van de overeenkomst en de voorwaarden voor opzegging. Ook ontkende zij digitaal te kunnen inloggen om de kerngegevens te raadplegen.
De kantonrechter stelde vast dat CAIW niet had voldaan aan haar verplichting om de consument op een duurzame gegevensdrager te informeren over de in artikel 6:230m lid 1 BW genoemde kerngegevens. Omdat CAIW niet kon aantonen dat deze informatie was verstrekt, werd de overeenkomst nietig verklaard op grond van artikel 3:39 BW Pro in samenhang met artikel 6:230v BW.
De vorderingen van CAIW werden afgewezen en CAIW werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten van de consument.
Uitkomst: De overeenkomst is nietig verklaard wegens het ontbreken van schriftelijke bevestiging van de kerngegevens, waardoor de vorderingen van CAIW zijn afgewezen.