Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 juni 2019 in de zaak tussen
[eiser] uit [woonplaats] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
- De bouwwerken 3 en 5 zijn door een eerdere eigenaar zonder bouwvergunning opgericht en er is voor die oprichting later ook nooit een bouwvergunning of een omgevingsvergunning verleend;
- De bouwwerken 3 en 5 worden door [derde-partij 1 (de buurman)] zonder vergunning in stand gelaten;
- Zowel het oprichten als het in stand laten zijn overtredingen van (voorheen) de Woningwet en (nu) de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
- [derde-partij 1 (de buurman)] is overtreder van het verbod om de bouwwerken 3 en 5 zonder vergunning in stand te laten, maar omdat hij te goeder trouw was toen hij eigenaar werd verzet de rechtszekerheid zich ertegen dat verweerder hiertegen handhavend optreedt;
- [derde-partij 1 (de buurman)] is geen overtreder van het zonder vergunning bouwen van de bouwwerken, omdat hij toen nog niet daar woonde;
- Verweerder is wel bevoegd om hiertegen handhavend op te treden, maar hij mag dit ten aanzien van [derde-partij 1 (de buurman)] alleen doen door bestuursdwang toe te passen;
- Omdat [derde-partij 1 (de buurman)] geen overtreder is van het zonder vergunning bouwen, kunnen de kosten van het toepassen van bestuursdwang niet op hem verhaald worden;
- Dat verweerder handhavend heeft opgetreden tegen eisers illegale garage, maar niet tegen illegale bouwwerken van [derde-partij 1 (de buurman)] , is niet in strijd met het gelijkheidsbeginsel.