ECLI:NL:RBMNE:2019:289
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen ongeldigverklaring rijbewijs wegens drugsgebruik
Verzoeker heeft zijn rijbewijs ongeldig verklaard gekregen door het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) vanwege drugsgebruik, vastgesteld na een politieaanhouding en een psychiatrisch onderzoek.
Verzoeker vroeg om een voorlopige voorziening om de schorsing van zijn rijbewijs te stoppen, maar de voorzieningenrechter oordeelde dat hij geen spoedeisend belang had omdat hij met het openbaar vervoer naar zijn werk kon reizen, ondanks hogere kosten en langere reistijd.
Daarnaast stelde de rechter dat het besluit van het CBR niet overduidelijk onrechtmatig was. Hoewel er een verschil van inzicht bestaat tussen de medisch adviseurs over de diagnose drugsmisbruik, was dit verschil onvoldoende om het besluit voorlopig te schorsen.
De voorzieningenrechter benadrukte dat het algemeen belang van de verkeersveiligheid en de recidiefvrije periode van één jaar in de besluitvorming zijn meegewogen.
Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de ongeldigverklaring van het rijbewijs wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang en het ontbreken van overduidelijke onrechtmatigheid.