Een 28-jarige man uit Utrecht werd in 2017 veroordeeld tot een gevangenisstraf van 300 dagen, waarvan 242 dagen voorwaardelijk, vanwege voorbereidingshandelingen om zich aan te sluiten bij IS. Bij de veroordeling werden bijzondere voorwaarden opgelegd, waaronder een locatieverbod voor luchthavens en verplichting tot behandeling en gesprekken met een islamdeskundige.
Op 28 augustus 2018 oordeelde de rechtbank dat de veroordeelde zich niet aan deze voorwaarden hield en legde een deel van de voorwaardelijke straf van 90 dagen daadwerkelijk op. De proeftijd werd verlengd. Na deze datum bleef de veroordeelde de voorwaarden overtreden, weigerde hij mee te werken aan gesprekken en meldde zich niet meer bij de reclassering.
De officier van justitie vorderde daarop de tenuitvoerlegging van de resterende 152 dagen van de voorwaardelijke straf. De raadsman van de veroordeelde voerde geen verweer en de veroordeelde verscheen niet op de zitting. De rechtbank stelde vast dat de veroordeelde zich onttrekt aan het toezicht en gelastte de tenuitvoerlegging van de resterende straf.
De beslissing werd genomen op 7 januari 2019 door de meervoudige kamer van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, waarbij drie rechters betrokken waren.