Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 juli 2019 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
Als derde-partijen hebben aan het geding deelgenomen: [derde-partij 1] en [derde-partij 2] , te [woonplaats]
Procesverloop
Overwegingen
- De bouwvergunning is verleend voor een agrarische bedrijfswoning met een maximale inhoud van 660 m³, een tweede wooneenheid voor een rustende boer met een maximale inhoud van 275 m³ en een kantoor met zolder/berging (overweging 20);
- Derde-partij [derde-partij 1] en zijn echtgenote gebruikten de woning op nummer [nummeraanduiding 2] destijds niet als wooneenheid voor een rustende boer, maar als bedrijfswoning. Dat is in strijd met de bouwvergunning en met het toen geldende bestemmingsplan (overweging 21);
- Derde-partij [derde-partij 2] en haar partner gebruikten de bedrijfswoning op nummer [nummeraanduiding 1] destijds als burgerwoning. Dat is in strijd met de bouwvergunning en met het toen geldende bestemmingsplan (overweging 21);
- In de woning op nummer [nummeraanduiding 2] zijn inpandige bouwactiviteiten verricht, waarbij in afwijking van de bouwvergunning de ruimtes voor het kantoor op de begane grond en de zolder/berging op de verdieping zijn veranderd en bij de woning zijn getrokken en tussenwanden zijn geplaatst. Deze bouwactiviteiten zijn zonder de daartoe vereiste omgevingsvergunning verricht in strijd met de bouwvergunning (overwegingen 15, 26 en 27).
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van 4 februari 2019;
- gelast derde-partij [derde-partij 1] om de overtreding van artikel 2.3a, eerste lid, van de Wabo vóór 12 augustus 2019 te beëindigen en beëindigd te houden, waaraan kan worden voldaan door de woning [straatnaam] [nummeraanduiding 2] in overeenstemming te brengen en te houden met de bouwvergunning van 24 juni 2010, in samenhang met de omgevingsvergunning van 13 mei 2019, onder oplegging van een dwangsom van € 7.500,- per maand tot een maximum van € 37.500,- als hij geen gevolg geeft aan deze lastgeving;
- bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit in stand blijven voor zover die rechtsgevolgen zien op het niet handhavend optreden tegen het gebruik van de woningen;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 174,- aan eiser te vergoeden.