ECLI:NL:RVS:2019:2971
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom inzake inpandige verbouwing woning
Het college van burgemeester en wethouders van Montfoort wees een verzoek af om op te treden tegen de inpandige verbouwing van een woning te Montfoort. De rechtbank verklaarde het beroep van verzoeker tegen dit besluit gegrond en legde een last onder dwangsom op om de woning vóór 12 augustus 2019 in overeenstemming te brengen met de bouw- en omgevingsvergunningen.
Verzoeker stelde hoger beroep in en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. Tijdens de zitting gaf verzoeker aan geen spoedeisend belang meer te hebben omdat hij inmiddels aan de last onder dwangsom had voldaan. Dit werd door het college bevestigd.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek om een voorlopige voorziening daarom moest worden afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang. Tevens wees de voorzieningenrechter een proceskostenveroordeling af, omdat verzoeker niet in aanmerking kwam voor vergoeding en het college tijdig een controle had uitgevoerd.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter P.B.M.J. van der Beek-Gillessen op 30 augustus 2019.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.