ECLI:NL:RBMNE:2019:3517
Rechtbank Midden-Nederland
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen verlaging bijstand wegens kostendelersnorm zonder commerciële huurrelatie
Eiseres ontving bijstand op grond van de Participatiewet, verlaagd vanwege drie kostendelende medebewoners. Zij maakte bezwaar tegen deze verlaging, stellende dat er sprake was van een commerciële huurrelatie met één medebewoner, wat een uitzondering op de kostendelersnorm zou vormen. Het college wees het bezwaar af en de rechtbank behandelde het beroep.
De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende had onderbouwd dat aan de voorwaarden voor een commerciële huurrelatie werd voldaan. Uit bankafschriften en verklaringen bleek dat de huurbetalingen onregelmatig waren, er sprake was van leningen, uitstel van betaling, gratis maaltijden en vrij gebruik van de woning. Dit duidt niet op een zuivere commerciële huurrelatie.
Daarnaast wees de rechtbank erop dat de stelling dat de vrouw van de medebewoner niet in de woning verbleef, reeds door het college gemotiveerd was beantwoord en eiseres dit niet had weersproken. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de verlaging van de bijstand wegens toepassing van de kostendelersnorm is ongegrond verklaard.