ECLI:NL:CRVB:2018:3542
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toepassing kostendelersnorm bij gedeeltelijke naleving huurovereenkomst zonder zuiver commerciële relatie
Appellante, geboren in Bulgarije, vroeg bijstand aan op grond van de Participatiewet en gaf aan een kamer te huren van [X] tegen een commerciële huurprijs. De gemeente Eindhoven weigerde aanvankelijk de bijstand omdat zij een gezamenlijke huishouding voerden. Na bezwaar werd bijstand toegekend met toepassing van de kostendelersnorm, omdat [X] werd aangemerkt als een kosten delende medebewoner zonder dat sprake was van een zuiver commerciële relatie.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna appellante in hoger beroep ging. De Raad beoordeelde of de kostendelersnorm terecht werd toegepast, waarbij werd gekeken naar de feitelijke naleving van de huurovereenkomst en de aard van de relatie tussen appellante en [X].
Uit het onderzoek bleek dat de huurbetalingen onregelmatig waren, geen indexering plaatsvond en dat appellante gebruik mocht maken van vrijwel de gehele woning en eigendommen van [X]. Ook waren er leningen en andere vormen van ondersteuning. Dit leidde tot de conclusie dat geen zuiver commerciële relatie bestond, ondanks de commerciële huurprijs.
De Raad bevestigde daarom de toepassing van de kostendelersnorm en verwierp het hoger beroep van appellante. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De kostendelersnorm wordt toegepast omdat geen zuiver commerciële relatie bestaat ondanks een commerciële huurprijs.