ECLI:NL:RBMNE:2019:3824
Rechtbank Midden-Nederland
- Verschoning
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot verschoning rechter wegens mogelijke partijdigheid in bestuursrechtelijke zaak
In de bestuursrechtelijke zaak met kenmerk UTR 19/1148, die op 27 september 2019 zou worden behandeld, heeft een rechter op 5 augustus 2019 verzocht zich te mogen verschonen. Dit verzoek werd gedaan omdat de rechter in privé in 2017 een aannemingsovereenkomst was aangegaan met een rechtspersoon die direct gelieerd is aan de eisende partij, een bedrijf.
De kamer voor de behandeling van verschoningszaken heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 8:19 en Pro 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht. Hierbij is overwogen dat verschoning dient om de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter te waarborgen. Ook de schijn van partijdigheid is relevant, omdat vertrouwen in het rechterlijk apparaat essentieel is.
De rechter heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat er een objectief gerechtvaardigde vrees bestaat dat hij niet onpartijdig kan zijn in deze zaak. De kamer acht dit een genoegzame grond voor verschoning en verklaart het verzoek gegrond. De beslissing is op 9 augustus 2019 in het openbaar uitgesproken en tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de rechter wordt gegrond verklaard wegens objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.