Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 augustus 2019 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank, verweerder
Procesverloop
13 december 2018 verzekerd is geweest voor de Algemene Ouderdomswet (AOW).
17 augustus 1998 tot 1 januari 1999 verzekerd was voor de AOW.
Overwegingen
30 mei 1997 tot 17 augustus 1998 en van 1 januari 1999 tot 1 november 2013 niet verzekerd is geweest voor de AOW.
13 mei 1999 was het eiser toegestaan om in Nederland te verblijven. Eiser is omstreeks 10 maart 1998 gaan werken bij De Diamanten Stomerij. Eiser heeft zich op 1 april 1998 ingeschreven in de GBA en hij verkreeg op 14 april 1998 een sofinummer. Eiser betoogt dat hij reeds vóór 1 juli 1998 was aan te merken als ingezetene.
1 juli 1998 luidde, niet verzekerd voor de AOW.
wordt in aanmerking genomen dat eiser deze grond in een eerder stadium naar voren had kunnen brengen.
Beslissing
mr. M. van Ettikhoven, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
8 augustus 2019.