ECLI:NL:RBMNE:2019:4537
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid bevestigd
Eiser, werkzaam als schoonmaker, vroeg een WIA-uitkering aan die per 9 mei 2018 werd geweigerd wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid. Verweerder baseerde dit besluit op medische en arbeidskundige rapporten die zorgvuldig waren opgesteld en geen tegenstrijdigheden bevatten.
Eiser betoogde dat zijn beenklachten, duizeligheid, vermoeidheid en medicatie onvoldoende waren meegewogen en dat hij vanwege zijn opleidingsniveau niet geschikt zou zijn voor de geselecteerde functies. De rechtbank oordeelde dat de verzekeringsarts een zorgvuldig medisch onderzoek had verricht en dat de klachten van eiser in de beoordeling waren betrokken. Ook was het opleidingsniveau van eiser, ondanks het niet afronden van het basisonderwijs, voldoende onderbouwd door werkervaring.
De rechtbank volgde de medische en arbeidskundige rapporten en zag geen aanleiding om extra beperkingen aan te nemen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard.