Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
(onder andere)geleverd:
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland heeft op 2 oktober 2019 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, een dochteronderneming die betrokken was bij de verwerving van een recreatiepark dat middellijk uit misdrijf afkomstig was. De rechtbank heeft bewezen verklaard dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen door het verwerven en voorhanden hebben van percelen grond en appartementsrechten met betrekking tot het recreatiepark, terwijl zij wist dat deze afkomstig waren uit enig misdrijf.
De feiten betreffen de levering van vier recreatieparken gefinancierd met een lening van 4,5 miljoen euro, verkregen met vervalste documenten door een moederonderneming. Verdachte verwierf een van deze recreatieparken, [resort 1], middels leveringsakten op 29 oktober 2014. De rechtbank verwijst naar het vonnis van medeverdachte voor de bewijsvoering en oordeelt dat de gedragingen in de sfeer van de rechtspersoon hebben plaatsgevonden, waardoor de strafbaarheid aan verdachte kan worden toegerekend.
Hoewel de officier van justitie een geldboete van €30.000,- vorderde, oordeelt de rechtbank dat het opleggen van een straf aan de dochteronderneming geen strafrechtelijk doel dient. Dit omdat doorlevering binnen de bedrijvenstructuur een normale bedrijfseconomische handeling is en de strafrechtelijke verwijtbaarheid daardoor niet groter wordt. Daarom legt de rechtbank geen straf of maatregel op aan verdachte, ondanks de bewezenverklaring van het feit.
Uitkomst: Verdachte wordt schuldig verklaard aan witwassen, maar er wordt geen straf of maatregel opgelegd.