De vrouw en de man hebben in 1987 een kind uit Sri Lanka geadopteerd volgens het Sri Lankaanse recht. De adoptie werd destijds niet erkend naar Nederlands recht, mede vanwege de echtscheiding van de vrouw en de man en de toen geldende wettelijke vereisten. De man heeft het kind in 1998 naar Nederlands recht geadopteerd, maar de vrouw is juridisch geen ouder.
De vrouw verzoekt de rechtbank om erkenning van de buitenlandse adoptiebeslissing of om zelf de adoptie naar Nederlands recht uit te spreken. De rechtbank wijst erkenning van de buitenlandse adoptiebeslissing af vanwege onzekerheden over de rechtsgeldigheid destijds en bekende misstanden bij adopties uit Sri Lanka in de jaren tachtig.
Ondanks dat het kind inmiddels meerderjarig is en de nationale wet adoptie beperkt tot minderjarigen, oordeelt de rechtbank dat de uitzonderlijke omstandigheden en de feitelijke gezinsband rechtvaardigen dat de adoptie door de vrouw wordt uitgesproken. De adoptie van de man blijft ongewijzigd en het kind behoudt de geslachtsnaam. De uitspraak bevestigt het juridisch ouderschap van de vrouw en sluit aan bij de feitelijke situatie.