ECLI:NL:RBMNE:2019:5010

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
2 oktober 2019
Publicatiedatum
30 oktober 2019
Zaaknummer
7702500
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding dagwaarde iPad en abonnementskosten na nietige koop op afbetaling

In deze zaak vordert NRC Media B.V. vergoeding van de waarde van een iPad en abonnementskosten van gedaagde. Gedaagde maakte gebruik van een abonnementsactie met een alles-in-één prijs voor een digitaal krantenabonnement en een iPad. De kantonrechter oordeelt dat de koop op afbetaling van de iPad niet rechtsgeldig is vanwege jurisprudentie van de Hoge Raad over dergelijke constructies.

Omdat de iPad onverschuldigd is geleverd, kan NRC deze terugvorderen. Gedaagde heeft de iPad echter niet teruggegeven, waardoor zij verplicht is de dagwaarde van €216 te vergoeden. Daarnaast is zij gehouden de abonnementskosten van €480 te betalen. NRC heeft haar vordering beperkt tot €500, welk bedrag wordt toegewezen met wettelijke rente vanaf de dagvaarding.

Gedaagde voerde voornamelijk een nietigheidsverweer tegen de dagvaarding, dat door de kantonrechter werd verworpen. Ook het beroep op verjaring faalde. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van €350,18. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €500 en proceskosten wegens onverschuldigde iPad en abonnementskosten.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht
kantonrechter
locatie Utrecht
zaaknummer: 7702500 UC EXPL 19-4086 WJ/40222
Vonnis van 2 oktober 2019
inzake
de besloten vennootschap
NRC Media B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
verder ook te noemen NRC,
eisende partij,
gemachtigde: R. Elburg,
tegen:
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
verder ook te noemen [gedaagde] ,
gedaagde partij,
gemachtigde: mr. E. Schijlen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding,
- de conclusie van antwoord,
- de akte van NRC met producties.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.Het geschil en de beoordeling

2.1.
Het gaat er in deze zaak om dat [gedaagde] volgens NRC de waarde van een iPad moet vergoeden en haar abonnementskosten moet betalen. Het meest verstrekkende verweer van [gedaagde] hiertegen gaat over de dagvaarding op zich. Deze dagvaarding is volgens haar nietig, omdat er geen specifieke rechtsvordering (wanprestatie, onrechtmatige daad, etc.) in staat. Dat hoeft ook niet. De wet schrijft voor dat een dagvaarding onder andere de eis en de gronden daarvoor moet bevatten. Met de gronden van de eis wordt de feitelijke onderbouwing van de eis bedoeld. Een dagvaarding hoeft dus geen juridische kwalificatie van de feiten te bevatten. Zoals uit de rest van dit vonnis zal blijken, bevat de dagvaarding een eis en een feitelijke onderbouwing. Van een nietige dagvaarding is daarom geen sprake.
2.2.
NRC stelt in deze procedure dat [gedaagde] gebruik heeft gemaakt van een abonnementsactie waarbij zij niet alleen een driejarig abonnement op de digitale krant heeft gekregen, maar ook een iPad 3. Dit heeft zij onderbouwd door een ondertekend “contract iPad-abonnement” te overleggen waarin [gedaagde] een doorlopende machtiging geeft aan NRC om € 21,00 per maand af te schrijven voor een “3 jarig iPad abonnement”. NRC heeft daarnaast een kopie van de bankpas van [gedaagde] en een controlerapport van haar paspoort in het geding gebracht. Tegenover deze onderbouwde stelling van NRC staat alleen de kale betwisting van de overeenkomst door [gedaagde] , zonder nadere toelichting. Hiermee heeft ze het bestaan van die verbintenis onvoldoende gemotiveerd betwist, zodat de kantonrechter ervan uitgaat dat er een overeenkomst tot stand is gekomen en dat NRC een iPad heeft geleverd aan [gedaagde] .
2.3.
Voor de abonneedienst op de krant en de koop op afbetaling van de iPad vroeg NRC € 21,00 per maand. Naar aanleiding van twee arresten van de Hoge Raad is later gebleken dat dergelijke constructies met een alles-in-één-tarief niet zijn toegestaan. Het gevolg is dat het deel van de overeenkomst dat ziet op de koop op afbetaling van de iPad niet van kracht is geworden tussen partijen. Dit deel kan en hoeft dus ook niet vernietigd te worden. Het beroep van [gedaagde] op de verjaring van de bevoegdheid tot vernietiging van de overeenkomst wordt daarom verworpen.
2.4.
Dit betekent dat er geen rechtsgrond was om de iPad te leveren. Dit is wel gedaan, waardoor NRC deze iPad als onverschuldigd betaald kan terugvorderen. NRC heeft dit gedaan per brief van 17 januari 2018. [gedaagde] heeft hier geen gehoor aan gegeven. Omdat [gedaagde] het apparaat niet terug heeft gegeven, is ze verplicht tot vergoeding van de waarde van het apparaat. Ze heeft in dit kader nog aangegeven dat ze de brief van 17 januari 2018 niet heeft gekregen, maar dat verandert niets aan het oordeel. Ook nadat de dagvaarding is uitgebracht heeft ze de iPad namelijk niet teruggegeven.
2.5.
[gedaagde] moet daarom de waarde van de iPad vergoeden. NRC heeft toegelicht dat de waarde van de iPad € 216,00 is. [gedaagde] heeft hier geen inhoudelijk verweer tegen gevoerd, zodat dat bedrag toewijsbaar is. Ze heeft daarnaast volgens NRC nooit betaald voor de abonneedienst op de krant. In totaal gaat dat om € 480,00. Ook hier is geen inhoudelijk verweer tegen gevoerd, zodat ook dat bedrag in principe toewijsbaar is. Maar, omdat NRC haar totale vordering heeft beperkt tot € 500,00, zal alleen dat bedrag worden toegewezen. De gevorderde wettelijke rente zal, als niet betwist, worden toegewezen vanaf de datum van de dagvaarding.
2.6.
[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van NRC worden begroot op:
- dagvaarding € 85,18
- griffierecht € 121,00
- salaris gemachtigde €
144,00(2 punten x tarief € 72,00)
Totaal € 350,18

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan NRC tegen bewijs van kwijting te betalen € 500,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 april 2019 tot de voldoening;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van NRC, tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 350,18;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J. Wolbrink, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 2 oktober 2019.