ECLI:NL:RBMNE:2019:5111
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Recht op afstemming bijstand wegens terugbetaling ALO-kop alleenstaande ouder
Eiseres ontving in 2016 en 2017 bijstand als alleenstaande ouder en kreeg daarnaast de ALO-kop als onderdeel van het kindgebonden budget. Na definitieve berekening door de Belastingdienst moest zij deze ALO-kop terugbetalen omdat haar echtgenoot als toeslagpartner werd aangemerkt, waardoor zij formeel niet in aanmerking kwam voor de toeslag.
Eiseres verzocht verweerder om afstemming van de bijstand of toekenning van bijzondere bijstand, maar dit werd geweigerd met het argument dat het om een schuld ging en geen bijzondere omstandigheden aanwezig waren. De rechtbank oordeelt dat er sprake is van een leemte in de wetgeving sinds de invoering van de Wet hervorming kindgebonden budget, waarbij alleenstaande ouders met een partner die niet rechtmatig verblijft of duurzaam gescheiden leeft, onterecht worden uitgesloten van de ALO-kop.
De rechtbank volgt de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep en stelt dat verweerder de bijstand moet afstemmen op grond van artikel 18, eerste lid, van de Participatiewet om willekeur te voorkomen. Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit op bezwaar vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiseres.
Uitkomst: De rechtbank beveelt verweerder de bijstand van eiseres over 2016 en 2017 af te stemmen vanwege de terugbetaling van de ALO-kop.