Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 oktober 2019 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
de Staatssecretaris van Financiën, verweerder
Inleiding
De overwegingen en het oordeel van de rechtbank
1 september 2016 is aangewezen voor de groepsfunctie F. Voor dit standpunt van verweerder zijn alleen geen aanwijzingen te vinden in het dossier. Er is bijvoorbeeld geen besluit waaruit blijkt dat eiser per 1 september 2016 is aangewezen voor de groepsfunctie F. Verder is er ook geen benoemingsbesluit waaruit blijkt dat eiser (met terugwerkende kracht) per 1 juli 2017 in de groepsfunctie F wordt benoemd. Wel zijn er besluiten ‘wijziging salarisschaal’ waarbij eisers salaris in eerste instantie per 1 januari 2018 en na bezwaar per 1 juli 2017 is gewijzigd naar salarisschaal F. Maar deze besluiten hebben alleen betrekking op de datum van eisers inschaling in salarisschaal F en niet op de datum van zijn benoeming in de groepsfunctie F. Nergens blijkt uit dat het voor eiser duidelijk had moeten zijn dat hij niet per 1 september 2016 in de groepsfunctie F was benoemd. Omdat gezien de bepalingen van de PUB de datum van benoeming belangrijk is bij het al dan niet toekennen van de toeslag, was het de verantwoordelijkheid van verweerder om duidelijk vast te leggen op welke datum eiser in de groepsfunctie F is benoemd. Het gevolg van onduidelijkheid hierover kan niet bij eiser worden neergelegd. Zelfs als achteraf vastgesteld moet worden dat eiser per 1 september 2016 is aangewezen voor de groepsfunctie F en pas per 1 juli 2017 in deze functie is benoemd, mag dit er naar het oordeel van de rechtbank dus niet toe leiden dat eiser de toeslag moet terugbetalen.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het besluit 17 april 2019;
- herroept het besluit van 21 november 2018;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit.
Wat u kunt doen al u het niet eens bent met de uitspraak
Bijlage 2: de juridische regels
- de plaatsing in een functie van een ambtenaar op grond van artikel 57, tweede lid, onder a, van het ARAR;
- de overplaatsing naar een andere functie door de dienst, omdat de betrokken ambtenaar in de oude functie niet goed functioneerde;
- het opdragen van andere taakelementen in de eigen functie;
- het opdragen van andere werkzaamheden in het kader van een geldende loopbaanregeling;
- het volgen van een startopleiding voor een groepsfunctie, voorafgaande aan de benoeming in die groepsfunctie;
- de terugplaatsing naar de oude organisatorische eenheid na onvoldoende studieresultaten tijdens een opleiding;
- het tijdelijk opdragen van andere werkzaamheden (waaronder interim functievervulling).
- sprake moet zijn van een andere functie waarbij het belang van de dienst is gelegen in het opdragen van juist die andere functie en/of van geografische mobiliteit;
- geen sprake moet zijn van een salarisverhoging als gevolg van de functiewisseling, ingaande op de datum van die functiewisseling.