ECLI:NL:RBMNE:2019:5844
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ingangsdatum bijstand en ontvankelijkheid beroep bij ontbreken verzendadministratie
Eiser heeft bijstand aangevraagd en ontvangen met ingang van 10 juli 2018. Verweerder heeft het bezwaar van eiser tegen de ingangsdatum van de bijstand ongegrond verklaard, waarna eiser beroep instelde. De rechtbank beoordeelde eerst de ontvankelijkheid van het beroep. Omdat verweerder geen deugdelijke verzendadministratie kon overleggen, kon niet worden vastgesteld dat het bestreden besluit tijdig was verzonden, waardoor het beroep ontvankelijk werd verklaard.
Inhoudelijk ging het geschil over de ingangsdatum van de toegekende bijstand. Eiser stelde dat de bijstand met terugwerkende kracht vanaf 1 februari 2017 had moeten worden toegekend. Verweerder stelde dat geen bijzondere omstandigheden waren die afwijken van het uitgangspunt dat bijstand niet met terugwerkende kracht wordt toegekend.
De rechtbank volgde de vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep dat bijstand in beginsel niet met terugwerkende kracht wordt toegekend, tenzij bijzondere omstandigheden dat rechtvaardigen. Eiser heeft onvoldoende concrete argumenten aangevoerd om zulke omstandigheden aan te tonen. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ontvankelijk verklaard maar inhoudelijk ongegrond; de ingangsdatum van de bijstand blijft 10 juli 2018.