ECLI:NL:RBMNE:2019:5968

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
13 december 2019
Publicatiedatum
16 december 2019
Zaaknummer
16/194071-18
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 302 lid 1 SrArt. 47 lid 1 SrArt. 141 lid 1 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak minderjarige van zware mishandeling en openlijke geweldpleging in vereniging

Op 14 september 2018 vond een vechtpartij plaats in Hilversum waarbij de minderjarige verdachte werd verdacht van zware mishandeling en openlijke geweldpleging in vereniging. De zaak werd behandeld door de meervoudige kamer van de rechtbank Midden-Nederland, waarbij de zitting achter gesloten deuren plaatsvond vanwege de minderjarige status van de verdachte.

De officier van justitie kon niet bewijzen dat de verdachte met opzet zwaar lichamelijk letsel had toegebracht en verzocht vrijspraak van de primaire verdenking. Wel werd gesteld dat openlijke geweldpleging bewezen kon worden. De verdediging betoogde dat de verdachte geen geweld gebruikte maar juist probeerde te bemiddelen en dat getuigenverklaringen onbetrouwbaar waren.

Na bestudering van camerabeelden en getuigenverklaringen oordeelde de rechtbank dat niet kon worden vastgesteld dat de verdachte opzettelijk geweld had gebruikt. De verdachte werd vrijgesproken van zowel de primaire als subsidiaire verdenking. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard, met de mogelijkheid deze civielrechtelijk voort te zetten.

Uitkomst: De minderjarige verdachte is vrijgesproken van zware mishandeling en openlijke geweldpleging wegens onvoldoende bewijs van opzettelijk geweld.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16/194071-18 (P)
Vonnis van de meervoudige kamer van 13 december 2019
in de strafzaak tegen:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 2002 te [geboorteplaats] ,
wonende te [straatnaam] [nummeraanduiding] , [postcode] [woonplaats] ,
hierna te noemen: [voornaam van verdachte] .

1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

De rechtszaak tegen [voornaam van verdachte] heeft plaatsgevonden op de zitting van 22 november 2019. [voornaam van verdachte] was bij deze zitting aanwezig, waardoor juridisch gezien sprake is van een vonnis op tegenspraak. Omdat [voornaam van verdachte] minderjarig is, heeft de zitting achter gesloten deuren plaatsgevonden. Dit betekent dat er geen publiek in de zittingszaal aanwezig mocht zijn. Het onderzoek ter terechtzitting is gesloten op 29 november 2019, omdat de rechtbank in alle zaken tegen de verschillende verdachten in deze zaak tegelijk uitspraak wilde doen.
De rechtbank heeft tijdens de zitting van 22 november 2019 gesproken met en geluisterd naar de standpunten van [voornaam van verdachte] zelf, zijn advocaat mr. A. Kilinç en de officier van justitie mr. M. Kamper.

2.TENLASTELEGGING

De officier van justitie verdenkt [voornaam van verdachte] ervan dat hij betrokken is geweest bij een vechtpartij op straat op 14 september 2018 in Hilversum. Deze verdenking staat beschreven in de tenlastelegging. De volledige tenlastelegging is in de bijlage bij dit vonnis opgenomen.
De tenlastelegging is zo opgebouwd dat de rechtbank eerst moet kijken of kan worden bewezen dat [voornaam van verdachte] zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan zware mishandeling van [slachtoffer] (de ‘primaire verdenking’). Indien dat niet het geval is, moet worden gekeken of kan worden bewezen dat [voornaam van verdachte] zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan het plegen van openlijk geweld tegen [slachtoffer] en/of een auto (de ‘subsidiaire verdenking’).

3.VOORVRAGEN

Voordat de rechtbank een inhoudelijke beslissing kan nemen in de zaak tegen [voornaam van verdachte] , moet zij kijken of aan de in de wet gestelde voorvragen is voldaan. Dat is het geval: de dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd om deze zaak te beoordelen, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van [voornaam van verdachte] en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.
3.1
Het standpunt van de officier van justitie
Volgens de officier van justitie kan niet worden bewezen dat [voornaam van verdachte] met opzet zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht bij aangever. Zij heeft daarom gevraagd [voornaam van verdachte] van de primaire verdenking vrij te spreken. De officier van justitie vindt dat wel kan worden bewezen dat [voornaam van verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan de subsidiaire verdenking, het plegen van openlijk geweld.
3.2
Het standpunt van de verdediging
De advocaat van [voornaam van verdachte] heeft verzocht [voornaam van verdachte] vrij te spreken van zowel de primaire als de subsidiaire verdenking. Volgens hem heeft [voornaam van verdachte] geen geweld gebruikt, maar heeft hij juist geprobeerd om de partijen uit elkaar te halen. De verklaringen van de aangever en de getuigen, die hebben verklaard dat door alle jongens geweld is gebruikt, zijn niet betrouwbaar. Aangever heeft namelijk niets verklaard over het geweld dat hij zelf heeft gebruikt. Het was een grote chaos en het ging allemaal heel snel. Daardoor hebben de getuigen niet goed kunnen zien wat er precies is gebeurd.
3.3
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank spreekt [voornaam van verdachte] vrij van de gehele verdenking, omdat zij vindt dat niet kan worden bewezen dat hij opzettelijk geweld heeft gebruikt tegen aangever. Volgens een politieagent die de camerabeelden heeft bekeken, heeft [voornaam van verdachte] (die wordt aangeduid als BE3) aangever een duw gegeven en hem later bij zijn trui vastgepakt en weggeslingerd. De rechtbank heeft op zitting en in raadkamer de beelden bekeken en ziet hierop niet dat [voornaam van verdachte] aangever een duw geeft. Zij ziet wel dat [voornaam van verdachte] , nadat hij in het begin op een afstandje toe staat te kijken, op het moment dat aangever een van de andere jongens slaat, aangever (hardhandig) vastpakt en wegtrekt.
De rechtbank kan op grond van het dossier niet vaststellen met welke bedoeling [voornaam van verdachte] aangever heeft vastgepakt en weggetrokken. Zij kan daarom niet uitsluiten dat hij dit heeft gedaan om de partijen uit elkaar te halen, zoals [voornaam van verdachte] zelf verklaart. Volgens de rechtbank kan ook niet worden vastgesteld of [voornaam van verdachte] naast deze handeling nog andere geweldshandelingen heeft verricht. Aangever en verschillende getuigen hebben weliswaar verklaard dat zij hebben gezien dat alle jongens geweld zouden hebben gebruikt, maar geen van hen geeft specifiek aan wat [voornaam van verdachte] dan precies zou hebben gedaan. De rechtbank komt daarom tot de conclusie dat niet is komen vast te staan dat [voornaam van verdachte] opzettelijk geweld heeft gebruikt tegen aangever (of een auto), waardoor zowel de primaire als de subsidiaire verdenking niet wettig en overtuigend kunnen worden bewezen.

4.BENADEELDE PARTIJ

Het slachtoffer, [slachtoffer] , heeft aangegeven dat hij schade heeft geleden en heeft bij de rechtbank een vordering ingediend tot vergoeding van deze schade. Omdat de rechtbank [voornaam van verdachte] vrijspreekt van de gehele verdenking, komt zij niet toe aan de beoordeling van deze vordering. Zij zal de benadeelde partij daarom niet-ontvankelijk verklaren in zijn vordering. De benadeelde partij kan de vordering nog wel aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

5.BESLISSING

De rechtbank:
Vrijspraak
- verklaart het primair en subsidiair tenlastegelegde niet bewezen en spreekt [voornaam van verdachte] daarvan vrij;
Voorlopige hechtenis
- heft op het (geschorste) bevel tot voorlopige hechtenis;
Benadeelde partij [slachtoffer]
  • verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in zijn vordering;
  • bepaalt dat de benadeelde partij de vordering bij de burgerlijke rechter aan kan brengen.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.A. Gerritse, voorzitter, tevens kinderrechter,
mrs. A.R. Creutzberg en Y.M. Vanwersch, kinderrechters,
in tegenwoordigheid van mr. M.Z. Schoppink, griffier,
en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 13 december 2019.
Bijlage: de tenlastelegging
Aan [voornaam van verdachte] wordt tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 14 september 2018 te Hilversum, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een gebroken arm, heeft toegebracht, door die [slachtoffer] meermalen, althans éénmaal
- te slaan en/of te schoppen tegen het hoofd en/of lichaam van die [slachtoffer] en/of
- die [slachtoffer] tegen/op een auto te duwen/gooien en/of
- die [slachtoffer] vast te pakken en/of (vervolgens) tegen het raam (van de kapsalon) aan te gooien en/of
- die [slachtoffer] ten val te brengen door te duwen en/of te slaan en/of te schoppen tegen het lichaam van die [slachtoffer] en/of
- (vervolgens) tegen het hoofd en/of lichaam van die [slachtoffer] te schoppen en/of te slaan, terwijl die [slachtoffer] op de grond ligt;

( art 302 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht )

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 14 september 2018 te Hilversum, althans in het arrondissement Midden-Nederland openlijk, te weten, op de [straatnaam] , in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon te weten [slachtoffer] en/of tegen een goed te weten een auto,
welk geweld bestond uit het meermalen, althans éénmaal (telkens):
- achterna rennen/lopen en/of insluiten van die [slachtoffer] en/of
- duwen tegen en/of trekken aan het lichaam van die [slachtoffer] (waardoor die [slachtoffer] ten val is gekomen en/of
- (terwijl die [slachtoffer] op de grond lag) slaan, stompen, schoppen en/of trappen in het gezicht en/of tegen het hoofd en/of lichaam van die [slachtoffer] en/of
- gooien/duwen van die [slachtoffer] tegen/op een auto en/of
- vast pakken van die [slachtoffer] en/of (vervolgens) gooien tegen het raam (van de kapsalon) en/of
- trekken van de oorbel van die [slachtoffer] uit het (de) oor(lel);

( art 141 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht )