De rechtbank Midden-Nederland heeft op 24 december 2019 uitspraak gedaan in de zaak tegen een 17-jarige minderjarige die wordt verdacht van ontucht met een 12-jarig meisje in Montfoort op 6 juni 2017. De tenlastelegging betrof het plegen van ontuchtige handelingen, waaronder seksueel binnendringen, wat wettig en overtuigend is bewezen.
De bewijsvoering bestond uit de verklaring van het slachtoffer, die consistent en gedetailleerd was, ondersteund door een tekening van de kamer die overeenkwam met die van de verdachte, en een NFI-rapport dat DNA-sporen van de verdachte in de onderbroek van het slachtoffer aantoonde. De verdediging voerde aan dat de verklaringen onbetrouwbaar waren door gesloten vragen en onvolledige rapportage, maar de rechtbank verwierp deze bezwaren.
De rechtbank oordeelde dat het feit strafbaar was en dat er geen schulduitsluitingsgrond bestond. Gezien de ernst van het feit, het leeftijdsverschil en het misbruik van de kwetsbaarheid van het slachtoffer, legde de rechtbank een hogere straf op dan geëist: een werkstraf van 150 uren en een geheel voorwaardelijke jeugddetentie van drie maanden. De redelijke termijn was overschreden, waardoor een onvoorwaardelijke jeugddetentie niet passend werd geacht.
De verdachte toonde geen berouw en werkte niet mee aan psychologisch onderzoek, waardoor de rechtbank weinig inzicht kreeg in zijn persoonlijkheid. De straf wordt opgelegd met een proeftijd van twee jaar, waarin geen strafbare feiten mogen worden gepleegd. De zaak vond plaats achter gesloten deuren vanwege de minderjarige status van de verdachte en het slachtoffer.