ECLI:NL:RBMNE:2019:6475
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen WOZ-waarde woning gebaseerd op eigen aankoopcijfer
De rechtbank Midden-Nederland behandelde het beroep van eiseres tegen de vastgestelde WOZ-waarde van haar woning voor het belastingjaar 2019. Verweerder had de waarde vastgesteld op € 320.000,-- en deze later verlaagd naar € 317.000,-- na bezwaar. Eiseres stelde dat de waarde te hoog was en pleitte voor een lagere waarde van € 223.000,--, onder verwijzing naar persoonlijke omstandigheden zoals de slechtere staat van de woning en haar haast bij de aankoop.
De rechtbank overwoog dat het eigen aankoopcijfer in beginsel leidend is bij de waardering van een woning volgens de Wet WOZ, tenzij bijzondere omstandigheden aannemelijk maken dat dit cijfer niet marktconform is. Uit de leveringsakte bleek dat eiseres de woning op 16 maart 2018 voor € 317.500,-- had gekocht, wat binnen drie maanden na de waardepeildatum lag.
De rechtbank oordeelde dat de door eiseres aangevoerde persoonlijke omstandigheden geen bijzondere omstandigheden vormen die het aankoopcijfer niet marktconform maken. Deze omstandigheden maken haar juist de meest biedende gegadigde. De rechtbank volgde hiermee de jurisprudentie van de Hoge Raad en het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigde de vastgestelde WOZ-waarde. Verweerder zal het betaalde griffierecht vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde van de woning wordt ongegrond verklaard en de waarde van € 317.000,-- gehandhaafd.