Belanghebbende is eigenaar van een woning waarvan de WOZ-waarde is vastgesteld op basis van de waardepeildatum 1 januari 2012. Het geschil betrof of de waarde van een vergelijkbaar referentieobject moest worden bepaald op het moment van de koopovereenkomst of op het moment van levering. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelde dat de waardepeildatum het tijdstip van de koopovereenkomst is, omdat partijen zich bij het bepalen van de prijs laten leiden door de marktomstandigheden op dat moment.
De Hoge Raad bevestigde deze rechtsopvatting en verduidelijkte dat de waarde volgens artikel 17, lid 2, Wet WOZ wordt bepaald door de prijs die bij een op dat tijdstip gesloten koopovereenkomst zou zijn overeengekomen. De levering en het feit dat de verkrijger de zaak onmiddellijk in gebruik kan nemen, zijn relevant voor de waardering, maar veranderen de peildatum niet.
Verder overwoog de Hoge Raad dat het uitgangspunt dat de koopprijs de waarde op het moment van levering weerspiegelt alleen geldt indien de levering binnen drie maanden na de koopovereenkomst plaatsvindt en er geen bijzondere omstandigheden zijn. De bewijslast voor het aantonen van dergelijke omstandigheden ligt bij degene die zich daarop beroept.
De Hoge Raad verklaarde het beroep in cassatie ongegrond en bevestigde daarmee het oordeel van het Hof dat de waardepeildatum de datum van de koopovereenkomst is, niet die van de levering.