Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
zaaknummer: UTR 18/3431 Rectificatie pagina 2 en 3
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 september 2019 in de zaak tussen
[eiseres], eiseres, te [woonplaats] , tezamen: eisers
Rechtbank Midden-Nederland
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het besluit van 2 juli 2018 van de gemeente Woerden, waarin de aanvraag tot legalisatie van drie bouwwerken werd afgewezen. De rechtbank heeft bij een tussenuitspraak vastgesteld dat het aanwijzingsbesluit van 21 mei 2013 in strijd is met artikel 6.5 van het Besluit omgevingsrecht (Bor), omdat het te ruim is en niet voldoet aan de wettelijke vereisten voor het aanwijzen van categorieën waarvoor een verklaring van geen bedenkingen niet vereist is.
De rechtbank oordeelde dat verweerder niet bevoegd was het besluit te weigeren zonder de vereiste verklaring van geen bedenkingen, waardoor het besluit onzorgvuldig tot stand is gekomen en in strijd is met artikel 2.27 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) in samenhang met artikel 6.5 van het Bor. Verweerder kreeg de gelegenheid het gebrek te herstellen, maar heeft hiervan geen gebruik gemaakt.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen zes maanden een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eisers. De rechtbank ziet geen aanleiding om zelf in de zaak te voorzien of de rechtsgevolgen in stand te laten, omdat de rechtmatige uitkomst nog te onzeker is.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van de legalisatie van drie bouwwerken wordt vernietigd.