ECLI:NL:RBMNE:2019:947
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond op herziening en terugvordering ZW- en WW-uitkering wegens hennepgerelateerde activiteiten
Eiseres ontving vanaf juni 2014 een Ziektewet-uitkering, gevolgd door een WW-uitkering en opnieuw een ZW-uitkering. Naar aanleiding van informatie over haar betrokkenheid bij een hennepkwekerij in haar woning startte het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) een onderzoek. Dit leidde tot herziening en terugvordering van haar uitkeringen over de periode juni 2014 tot april 2017 en oplegging van een boete wegens schending van de inlichtingenplicht.
Eiseres betwistte de besluiten en stelde dat zij slechts kortdurend werkzaamheden had verricht en dat er geen inkomsten waren die tot verrekening leidden. Zij voerde aan dat zij haar hoedanigheid als werknemer niet had verloren en dat het recht op uitkering wel vastgesteld kon worden. Verweerder stelde dat het recht niet vastgesteld kon worden omdat onvoldoende gegevens waren verstrekt en dat de kwekerij in haar woning was aangetroffen.
De rechtbank oordeelde dat het aantreffen van een hennepkwekerij in de woning de veronderstelling rechtvaardigt dat eiseres mede-eigenaar was en dat opbrengsten haar ten goede kwamen. Eiseres slaagde er niet in met overtuigend bewijs aan te tonen dat zij niet betrokken was of geen inkomsten had genoten. Haar late aanbod om aanvullende verklaringen te overleggen werd verworpen. Daarom kon het recht niet worden vastgesteld en was terugvordering en boete terecht opgelegd.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de herziening en terugvordering van de uitkering en de boete wordt ongegrond verklaard.