ECLI:NL:CRVB:2011:BP2137
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- O.L.H.W.I. Korte
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en verlaging bijstand wegens exploitatie hennepkwekerij en schending inlichtingenverplichting
Appellant ontving sinds 1977 bijstand en werd op 7 april 2006 betrapt op het exploiteren van een professionele hennepkwekerij in zijn woning. De politie stelde een proces-verbaal op, waarna een onderzoek door de afdeling Bijzonder Onderzoek van Sociale Zaken volgde. Het College trok de bijstand in over de periode van 10 februari 2006 tot en met 7 april 2006 en vorderde de ten onrechte ontvangen bedragen terug. Tevens werd de bijstand over juli 2007 met 10% verlaagd vanwege de schending van de inlichtingenverplichting.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde. De Raad stelde vast dat de omvang van de kwekerij en de apparatuur duiden op professionele exploitatie, en dat appellant niet overtuigend had aangetoond dat hij de kwekerij niet zelf exploiteerde. De schending van de inlichtingenverplichting bestond uit het niet melden van het opzetten en exploiteren van de kwekerij, ongeacht of er inkomsten werden verkregen.
De Raad oordeelde dat het College terecht uitging van 10 februari 2006 als aanvangsdatum van de exploitatie, gebaseerd op deskundige schattingen van het groeistadium van de planten en koolstoffiltervervuiling. De intrekking van de bijstand over de betreffende periode en de terugvordering waren daarmee gegrond. Ook de verlaging van de bijstand met 10% was passend gezien de ernst van de schending en de mate van verwijtbaarheid. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond; intrekking en terugvordering bijstand bevestigd en verlaging bijstand gehandhaafd.