Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 30 maart 2020 in de zaak tussen
[eiseres] B.V., te [vestigingsplaats] , eiseres
[derde-partij] h.o.d.n. [handelsnaam], vergunninghouder
Procesverloop
Overwegingen
“1. Vergunninghouder is verplicht om de negen parkeerplaatsen die zijn vereist om aan de parkeerbehoefte te voldoen, uiterlijk binnen drie maanden na dagtekening van dit besluit te hebben gerealiseerd. Tevens is hij verplicht om de negen parkeerplaatsen vervolgens beschikbaar, bruikbaar en bereikbaar te houden ten behoeve van het gebruik van het pand aan de [straatnaam] [nummmeraanduiding 1] . Het is vergunninghouder toegestaan om deze parkeerplaatsen op eigen terrein beschikbaar te houden met behulp van een verwijderbare ketting of opklapbaar hekje per parkeerplek met inachtneming van het in voorwaarde 2 gestelde.
Tegelijkertijd merken wij op dat het naar onze mening een gezamenlijk belang is van zowel Medisch Centrum [.] als vergunninghouder om de parkeerplaatsen goed bereikbaar te houden. Het ligt daarom voor de hand dat beide partijen zich zullen onthouden van handelingen die de bereikbaarheid en bruikbaarheid van de daar aanwezige parkeerplaatsen ernstig zullen belemmeren. Het plaatsen van een hekwerk of andersoortige erfafscheiding door [handelsnaam] op de perceelsgrens wordt tegen die achtergrond niet toegestaan. De eventuele afscherming van de eigen parkeerplaatsen dient derhalve op enige afstand van de perceelsgrens aangebracht te worden. Deze voorwaarde vervalt echter indien objectief is vast te stellen dat de gebruikers van het Medisch Centrum zodanig frequent dubbel parkeren, dat de geparkeerde auto’s min of meer fungeren als een erfafscheiding op de perceelsgrens, waardoor de bezoekers van [handelsnaam] niet goed de parkeerplaatsen aan de zijde van de sportschool kunnen indraaien.”
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit voor zover daarbij aan de omgevingsvergunning voorwaarde 2 is verbonden;
- bepaalt dat een nieuwe voorwaarde 2 aan de omgevingsvergunning wordt verbonden en dat die als volgt komt te luiden: Het plaatsen van een hekwerk of andersoortige erfafscheiding door [handelsnaam] op de perceelsgrens wordt niet toegestaan.