Op 28 juni 2019 bedreigde verdachte medewerkers van een kliniek met een mes en dreigde hen neer te steken. De medewerkers trokken zich daarop vrijwillig terug in een kantoor en alarmeerden beveiliging. Verdachte werd vervolgd voor zowel wederrechtelijke vrijheidsberoving als bedreiging.
De rechtbank oordeelde dat de bedreiging wettig en overtuigend bewezen was, gezien de aard van de bedreiging en de omstandigheden, waardoor de medewerkers terecht vreesden voor hun veiligheid. De wederrechtelijke vrijheidsberoving kon echter niet worden bewezen, omdat de medewerkers zichzelf terugtrokken en verdachte hen niet actief belette het kantoor te verlaten.
Psychiatrisch onderzoek toonde dat verdachte leed aan meerdere stoornissen en onder invloed was van een te hoge dosis methylfenidaat, wat de mate van toerekeningsvatbaarheid verminderde. De rechtbank hield rekening met deze omstandigheden en met eerdere veroordelingen en een ISD-maatregel.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot 12 maanden gevangenisstraf, waarvan 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Bijzondere voorwaarden zijn onder meer meldplicht bij de reclassering, opname in een forensische verslavingskliniek, een drugs- en alcoholverbod en medewerking aan middelencontrole.
De uitspraak werd gewezen op 31 maart 2020 door de meervoudige kamer van de Rechtbank Midden-Nederland te Lelystad.