Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van 9 april 2020 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] te [woonplaats] , eiser
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Het bestreden besluit I
rechtsgevolgen van feitendie zich vóór de inwerkingtreding voordeden. De vraag of de gegevensverwerking in 2013 rechtmatig is, moet echter worden beoordeeld op basis van de Wpb, omdat deze wet van toepassing was op het moment dat die gegevensverwerking heeft plaatsgevonden. De onmiddellijke werking van de AVG betekent niet dat ook
feitendie vóór de inwerkingtreding van de AVG hebben plaatsgevonden op grond van de AVG beoordeeld moeten worden. Als het gaat om
rechtsgevolgen van die feitenná de inwerkingtreding van de AVG, zoals het recht op wissing van persoonsgegevens of het recht op schadevergoeding, is de AVG van toepassing. In de uitspraken waarnaar eiser heeft verwezen, ziet de rechtbank geen ontkrachting van dit uitgangspunt. De rechtbank zal daarom op basis van de Wbp beoordelen of de gegevensverwerking in het e-mailbericht rechtmatig is geweest.
Beslissing
- verklaart het beroep gericht tegen het bestreden besluit I niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep gericht tegen bestreden besluit II ongegrond.