Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
wonende te [adres] , [woonplaats] ,
1.De procedure
- de vordering, die binnen de in artikel 511b van het Wetboek van Strafvordering genoemde termijn aanhangig is gemaakt;
- het rapport met betrekking tot de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel, opgemaakt op 6 september 2016 door [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , beiden agent van politie Eenheid Midden-Nederland;
- het vonnis en het strafdossier onder parketnummer 16/652756-16, waaruit blijkt dat [A] op 23 maart 2020 door de meervoudige kamer in deze rechtbank is vrijgesproken van de aan hem ten laste gelegde feiten.