Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 maart 2020 in de zaak tussen
[eiser] en [eiseres] , uit [woonplaats] , eisers
[naam derde-partij], uit [woonplaats] , vergunninghouder.
Rechtbank Midden-Nederland
Eisers hebben beroep ingesteld tegen de omgevingsvergunning die aan vergunninghouder is verleend voor het plaatsen van een warmtepomp op zijn perceel, waarbij gebruik is gemaakt van de kruimelregeling vanwege een geringe bouwhoogte-overschrijding.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de vergunning terecht is verleend binnen de beleidsruimte van verweerder, die zich heeft gebaseerd op een geluidsrapport waaruit blijkt dat het geluidsniveau van de warmtepomp niet boven de gestelde norm van 35 dB(A) uitkomt. Eisers voerden aan dat de geluidsnorm niet juist is toegepast en dat de vergunning strijdig is met de goede ruimtelijke ordening, maar de rechtbank oordeelde dat verweerder in redelijkheid aansluiting mocht zoeken bij de geldende APV-geluidsnorm en dat er geen landelijke norm geldt.
De rechtbank heeft de belangenafweging van verweerder terughoudend getoetst en geoordeeld dat deze zorgvuldig en deugdelijk is gemotiveerd. De betwisting van eisers over de geluidsmetingen is onvoldoende om het besluit aan te tasten. De vergunning is daarom niet in strijd met de goede ruimtelijke ordening en het beroep is ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning voor het plaatsen van de warmtepomp wordt ongegrond verklaard.