ECLI:NL:RVS:2021:633
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor plaatsing warmtepomp ondanks geluidshinderbezwaar
Het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort verleende een omgevingsvergunning voor het plaatsen van een warmtepomp op het perceel van appellant sub 2. Appellant sub 1, wonende naast dit perceel, maakte bezwaar vanwege mogelijke geluidhinder. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant sub 1 ongegrond, waarna hoger beroep volgde bij de Raad van State.
In het incidenteel hoger beroep stelde appellant sub 2 dat geen vergunning nodig was omdat de warmtepomp binnen het bouwvlak onder een carport werd geplaatst en minder vermogen had dan een eerder vergunde pomp. De Raad oordeelde dat de warmtepomp geen bijbehorend bouwwerk is en dat vanwege overschrijding van de maximale hoogte een vergunning vereist blijft.
Appellant sub 1 voerde aan dat de geluidsnormen onvoldoende bescherming boden, dat het college had moeten aansluiten bij strengere normen op de perceelgrens, en dat laagfrequent geluid onvoldoende was meegewogen. De Raad stelde dat het college terecht een geluidsnorm van maximaal 35 dB(A) op de gevel hanteerde, aansluitend bij het Activiteitenbesluit milieubeheer, en dat de strengere norm uit het Bouwbesluit 2012 nog niet van toepassing was bij besluitvorming.
Het akoestisch rapport en aanvullende berekeningen toonden aan dat de warmtepomp ruimschoots aan de norm voldoet. Er was geen aanleiding om aan te nemen dat de metingen onzorgvuldig waren. De Raad concludeerde dat het college in redelijkheid kon oordelen dat geen strijd met een goede ruimtelijke ordening bestond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de vergunning en verklaart het hoger beroep ongegrond.