Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 april 2020 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
- brieven van de huisarts van 11 april 2018, 12 juni 2019 en 2 juli 2019.
[B] heeft geconcludeerd dat er medisch gezien onvoldoende aanleiding is voor het verstrekken van een Canta aan eiser, omdat hij gebruik kan maken van toereikende voorliggende individuele Wmo-vervoersvoorzieningen.
a) een brief van [D] (longarts) van 28 oktober 2019;
de anesthesioloog-pijnspecialist van 28 oktober 2019 respectievelijk 8 januari 2020 niet blijkt van een noodzaak voor het toekennen van een Canta. De longarts verklaart alleen dat gesloten vervoer noodzakelijk is en de anesthesioloog beveelt een eigen vervoersmogelijkheid aan. Dit betekent niet dat aan eiser de door hem gevraagde maatwerkvoorziening zijnde een Canta moet worden toegekend. Eiser kan immers ook gebruik maken van gesloten vervoer op grond van de hem toegekende voorzieningen. Eiser heeft verder niet bestreden of weerlegd dat deze brieven geen nieuwe medische informatie bevatten en dat alle medische informatie ook al in de adviezen van [naam organisatie] is betrokken.