ECLI:NL:RBMNE:2020:1654
Rechtbank Midden-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toekenning zorgmachtiging voor verplichte geestelijke gezondheidszorg ondanks verweer
De officier van justitie verzocht om een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 Wvggz Pro voor betrokkene, die lijdt aan een bipolaire-stemmingsstoornis en verblijft in een GGZ-instelling. De zitting vond telefonisch plaats vanwege COVID-19, waarbij betrokkene, haar advocaat en medisch personeel werden gehoord.
De advocaat voerde niet-ontvankelijkheid aan wegens een procedurele fout, maar dit werd verworpen. Inhoudelijk stelde zij dat betrokkene zelf goed haar zorgbehoefte kan inschatten en dat de gevraagde duur van 26 weken onnodig lang is. Ook maakte zij bezwaar tegen de telefonische zitting en het opleggen van beperkingen zoals het afnemen van communicatiemiddelen.
De psychiater benadrukte de noodzaak van verplichte zorg voor de volledige periode, gezien de wisselende stemmingsepisodes en het risico op maatschappelijke teloorgang. De rechtbank concludeerde dat betrokkene beperkt ziekte-inzicht heeft en zonder juridische maatregel zorg zal ontwijken.
De rechtbank wees de zorgmachtiging toe voor zes vormen van verplichte zorg, startend met ambulante zorg en indien nodig uitbreiding naar zwaardere maatregelen. De duur werd vastgesteld op 26 weken, waarbij de bezwaren tegen de telefonische zitting en duur werden verworpen. De beslissing werd mondeling gegeven en schriftelijk vastgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor 26 weken met verschillende vormen van verplichte zorg aan betrokkene.