Eiser ontvangt sinds 2012 een WIA-uitkering en sinds 2014 een toeslag. Het UWV heeft op basis van een fraudemelding onderzoek gedaan en vastgesteld dat eiser tussen 2015 en 2017 werkzaamheden verrichtte die hij niet had gemeld, wat leidde tot herziening en terugvordering van te veel ontvangen uitkering en toeslag.
Eiser voerde aan dat de werkzaamheden slechts vriendendiensten waren en niet loonwaardig, en dat het UWV-onderzoek onzorgvuldig was. De rechtbank oordeelde dat het UWV voldoende bewijs had geleverd, waaronder verklaringen van meerdere getuigen, foto’s en eigen erkenningen van eiser, en dat de werkzaamheden economisch waardeerbaar waren.
De rechtbank verwierp ook het beroep tegen de waarschuwing die het UWV had opgelegd wegens overtreding van de inlichtingenplicht, omdat deze waarschuwing betrekking had op een ander feitencomplex dan eerdere waarschuwingen en eiser geen redelijk vertrouwen had dat geen verdere maatregelen zouden volgen.
De rechtbank concludeerde dat er geen dringende redenen waren om af te zien van herziening en terugvordering, ondanks de persoonlijke omstandigheden van eiser, en verklaarde de beroepen ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.