Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 mei 2020 in de zaak tussen
Vereniging Hendrick de Keijser(vergunninghouder), te Amsterdam.
Procesverloop
Overwegingen
Artikel 4, onder 9, van bijlage II bij het Bor geeft verweerder de mogelijkheid om afwijkingen van het bestemmingsplan toe te staan wanneer sprake is van het gebruiken van bouwwerken, eventueel in samenhang met bouwactiviteiten die de bebouwde oppervlakte of het bouwvolume niet vergroten, en van bij die bouwwerken aansluitend terrein, mits, voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, het uitsluitend betreft een logiesfunctie voor werknemers of de opvang van asielzoekers of andere categorieën vreemdelingen. Tussen partijen is niet in geschil, en ook de rechtbank stelt vast, dat het bouwplan past binnen dit kruimelgeval.
6. Ten aanzien van de vraag of verweerder in redelijkheid gebruik heeft kunnen maken van de kruimelgevallenregeling overweegt de rechtbank het volgende. De rechtbank stelt voorop dat toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onderdeel 2, van de Wabo een zogenoemde discretionaire (dat wil zeggen een vrije) bevoegdheid van verweerder is. Bij gebruikmaking van deze bevoegdheid moet verweerder nagaan of met realisering van het bouwplan de belangen van eisers onevenredig worden geschaad. De rechtbank moet het al dan niet gebruiken van deze bevoegdheid terughoudend toetsen. Dat betekent dat de rechtbank beoordeelt of verweerder, bij afweging van alle betrokken belangen, in redelijkheid van deze bevoegdheid gebruik heeft kunnen maken. [3]
Beslissing
- verklaart het beroep, voor zover ingediend door eiseres sub 3, eisers sub 4, eiser sub 5, eisers sub 6 en eiser sub 7, niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep, voor zover ingediend door eisers sub 1 en sub 2, gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit in stand blijven;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 345,- aan eiseres [eiser sub 1a] te vergoeden.