Overwegingen
1. Het wettelijk kader is opgenomen in de bijlage, die deel uitmaakt van deze uitspraak.
2. Verweerder heeft zich in het bestreden besluit op het standpunt gesteld dat de aanvraag van eiseres terecht is afgewezen. Verweerder heeft zich hierbij gebaseerd op een advies van Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) van 30 januari 2020 (het advies). Bij de beoordeling of een kind intensieve zorg nodig heeft, hanteert het CIZ het Beoordelingskader BUK 2018 (het beoordelingskader). Het CIZ heeft in het advies alleen een punt voor de functie “begeleiding buitenshuis” toegekend. Hiermee voldoet [zoon] niet aan de minimale zorgscore van drie punten.
3. Eiseres is het daarmee niet eens. Volgens eiseres hadden voor de functies “lichaamshygiëne”, “communicatie” en “alleen thuisblijven” ook punten moeten worden toegekend. De rechtbank zal de argumenten van eiseres hierna per functie bespreken.
4. De rechtbank neemt het Beoordelingskader als uitgangspunt voor de beoordeling van een aanspraak op dubbele kinderbijslag. In het Beoordelingskader is opgenomen dat het een hulpmiddel is om te bepalen of er sprake is van een intensieve zorgbehoefte. De voorbeelden in de beschrijving van ‘geen score’ zijn bedoeld als hulpmiddel voor argumenten die ouders mogelijk aandragen. De voorbeelden zijn niet limitatief. Dat betekent dat er ook andere situaties kunnen zijn die geen score opleveren. Er kan gescoord worden als een kind voldoet aan de beschrijving bij ‘score 1’.
5. De rechtbank moet beoordelen of verweerder de ongegrondverklaring van het bezwaar mocht baseren op het advies van het CIZ van 30 januari 2020. Daarbij is van belang dat volgens vaste rechtspraak een bestuursorgaan, zoals verweerder, bij zijn besluitvorming in principe mag uitgaan van de juistheid van een ingewonnen deskundigenadvies. Dit kan anders zijn als er duidelijke aanknopingspunten zijn dat óf het CIZ de zaak niet goed heeft onderzocht óf dat de inhoud van het advies niet klopt. Het is aan eiseres om deze aanknopingspunten aan te voeren. De rechtbank verwijst hierbij naar een uitspraak van de hoogste bestuursrechter in dit soort zaken.
6. De rechtbank stelt vast dat uit het advies volgt dat het CIZ bij het advies van
30 januari 2020 onder meer het medisch advies van arts drs. I Dammar (de medisch adviseur) van 28 januari 2020 heeft betrokken.
7. Voor de functie ‘lichaamshygiëne’ wordt volgens het Beoordelingskader een punt toegekend als er volledige hulp nodig is bij het wassen en douchen, afdrogen, haren wassen, aan- en uitkleden en tanden poetsen. Ook wordt een punt toegekend als het kind een aantal handelingen wel zelf kan maar niet zonder permanente aanwezigheid van een ander, waarbij bij (vrijwel) alle handelingen aanwijzingen en bij een deel van de handelingen gerichte fysieke hulp noodzakelijk is.
8. Eiseres wijst erop dat [zoon] geholpen moet worden bij het verrichten van handelingen die zien op zijn lichaamshygiëne. Zo moet [zoon] er dagelijks op geattendeerd worden dat hij schone kleding moet aantrekken en dat hij zijn tanden moet poetsen. Er moet altijd iemand bij blijven anders doet [zoon] niet wat hij moet doen. Eiseres vindt de onderbouwing van de deskundige erg mager.
9. De rechtbank stelt vast dat de medisch adviseur de medische stukken die [zoon] betreffen heeft betrokken in zijn advies. De medisch adviseur heeft in zijn advies geconcludeerd dat gezien de aard en mate van de beperkingen die voortvloeien uit de aandoening, permanente aanwezigheid en gedeeltelijke hulp niet aannemelijk is. [zoon] kan volgens de medisch adviseur de handelingen fysiek grotendeels zelfstandig uitvoeren, maar bij een deel van de handelingen is veel toezicht en eventueel hulp noodzakelijk. Het CIZ heeft het voorgaande betrokken in het advies van 30 januari 2020. De rechtbank ziet in wat eiseres heeft aangevoerd geen aanleiding om te oordelen dat aan de juistheid van het advies van het CIZ zou moeten worden getwijfeld.
Eiseres heeft niet (met stukken) onderbouwd dat [zoon] vanwege zijn TOS wel permanent toezicht nodig heeft bij alle handelingen of volledig moet worden geholpen in het kader van lichaamshygiëne. In wat eiseres heeft aangevoerd ziet de rechtbank onvoldoende aanknopingspunten voor het oordeel dat de door verweerder in navolging van CIZ getrokken conclusie over de zorgscore voor de functie lichaamshygiëne onjuist is. Van een motiveringsgebrek is de rechtbank niet gebleken. Deze beroepsgrond slaagt niet.
Communicatie
10. Voor het item ‘communicatie’ wordt volgens het Beoordelingskader een punt toegekend in de volgende situaties:
- onvermogen tot spreken;
- spraak kan door niemand begrepen worden of alleen door naaste verzorgers/ouders; maakt alleen door gebaren duidelijk dat hij van iemand iets wil;
- communiceert slechts met gebaren en losse woorden;
- reageert als gevolg van een zware autistische aandoening (vrijwel) nooit op aanwijzingen en vragen of alleen met gebaren of (ondersteunende) gebaren en losse woorden. Er is nagenoeg geen communicatie mogelijk.
Het gaat hierbij om 1) het technisch vermogen om te spreken en 2) het verloop van de basale communicatie. Dus niet om schrijf-, lees- of leerstoornissen dan wel interpretatieproblemen.
11. Eiseres wijst erop dat uit de tests blijkt dat [zoon] ruim drie jaar achterloopt. Daarbij speelt communicatie een belangrijke rol. [zoon] kan zichzelf niet verbaal verweren. Als mensen te snel spreken en veel woorden gebruiken klapt [zoon] dicht. Diverse instanties en ondervraagden stellen volgens eiseres ook dat [zoon] niet verbaal kan communiceren. Eiseres vindt de onderbouwing van de deskundige erg mager.
12. De medisch adviseur heeft in zijn advies geconcludeerd dat [zoon] op dit punt primaire beperkingen ondervindt. Deze beperkingen zijn matig van aard. Er zijn geen dermate zware beperkingen dat [zoon] helemaal niet in staat is te communiceren met derden. Het CIZ heeft het voorgaande betrokken in het advies van 30 januari 2020.
De rechtbank ziet in wat eiseres heeft aangevoerd geen aanleiding om te oordelen dat aan de juistheid van het advies van het CIZ zou moeten worden getwijfeld. In wat eiseres heeft aangevoerd ziet de rechtbank dan ook onvoldoende aanknopingspunten om te oordelen dat de door verweerder in navolging van CIZ getrokken conclusie over de zorgscore voor de functie communicatie onjuist is. Weliswaar ondervindt [zoon] beperkingen in het communiceren vanwege zijn TOS, maar niet gebleken is dat sprake is van een situatie als hiervoor genoemd onder 10. Van een motiveringsgebrek is geen sprake. Ook deze beroepsgrond slaagt dus niet.
13. Voor het item ‘alleen thuis zijn’ wordt volgens het Beoordelingskader een punt toegekend als de betrokkene niet langer dan 30 minuten alleen thuis kan zijn als gevolg van ziekte of stoornis.
14. Eiseres vindt het onbegrijpelijk dat ook voor dit item geen punt is toegekend. Als [zoon] in paniek is, weet hij niet wat hij moet doen. Bovendien vergeet [zoon] dat hij de deur niet mag opendoen voor vreemden. Opnieuw vindt eiseres de onderbouwing van de deskundige erg mager.
14. De rechtbank ziet ook op dit punt geen aanleiding om te oordelen dat aan de juistheid van het advies van het CIZ zou moeten worden getwijfeld. Eiseres heeft niet (met stukken) onderbouwd dat [zoon] vanwege zijn TOS niet langer dan 30 minuten alleen thuis kan zijn. In wat eiseres heeft aangevoerd ziet de rechtbank onvoldoende aanknopingspunten voor het oordeel dat de door verweerder in navolging van CIZ getrokken conclusie over de zorgscore voor de functie “alleen thuis” zijn onjuist is. Van een motiveringsgebrek is de rechtbank ook op dit punt niet gebleken. Deze beroepsgrond slaagt niet.
16. Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.