ECLI:NL:CRVB:2012:BX8145
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.P.M. Zeijen
- J.F. Bandringa
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over ontheffing arbeidsverplichtingen WWB wegens medische en zorgtaken
Betrokkene 1 en betrokkene 2 ontvangen bijstand op grond van de WWB. Betrokkene 1 had volledige ontheffing van arbeidsverplichtingen op medische gronden, betrokkene 2 gedeeltelijke ontheffing vanwege zorgtaken. Na een verzekeringsgeneeskundig onderzoek door Van Eijnsbergen werd vastgesteld dat betrokkene 1 beperkingen heeft vanwege de ziekte van Crohn, met een urenbeperking van twintig uur per week. Voor betrokkene 2 werd geen ontheffing toegekend omdat haar zorgtaken onvoldoende als dringende reden werden gezien.
De rechtbank vernietigde het besluit van 13 maart 2009 wegens onvoldoende zorgvuldigheid en motivering, met name omdat geen aanvullend medisch onderzoek was verricht ondanks bezwaren van betrokkene 1. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat het medisch advies zorgvuldig tot stand is gekomen en dat de bezwaren onvoldoende aanleiding geven tot twijfel over de juistheid ervan. Ook is onvoldoende gebleken dat betrokkene 2 een zorgtaak heeft die als dringende reden voor ontheffing kan gelden.
De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond. Het besluit van 11 oktober 2010, dat het bezwaar ongegrond verklaarde, wordt eveneens vernietigd omdat de grondslag daarvan is komen te vervallen. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 13 juli 2009 wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank Breda wordt vernietigd.