In deze bestuursrechtelijke zaak verzocht een omwonende (verzoekster) de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening tegen het college van burgemeester en wethouders van Soest. Het geschil betreft een mantelzorgunit die zonder omgevingsvergunning en in afwijking van de principetoestemming is geplaatst op het perceel van een derde-partij.
De verzoekster had een handhavingsverzoek ingediend tegen deze illegale bouw, dat door het college op 20 maart 2020 werd afgewezen. De voorzieningenrechter oordeelt dat het college ten onrechte het handhavingsverzoek heeft afgewezen, omdat er geen concreet zicht is op legalisatie van de unit in de huidige situatie. De bezwaarprocedure kan echter nog tot september duren, waardoor de verzoekster onnodig lang wordt geconfronteerd met het illegale bouwwerk.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe en beveelt het college binnen vier weken een nieuw besluit te nemen op het handhavingsverzoek. Dit besluit moet een nieuwe belangenafweging bevatten en kan het handhavingsbesluit wijzigen of handhaven. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan de verzoekster vergoed. Er is geen rechtsmiddel tegen deze uitspraak.