Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2020:1997

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
28 mei 2020
Publicatiedatum
28 mei 2020
Zaaknummer
UTR 19/2887
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:41 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na intrekking bestuursbesluit door UWV

Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het UWV van 12 juli 2019. Vervolgens heeft het UWV bij besluit van 26 februari 2020 het eerdere besluit ingetrokken, waarmee aan het verzoek van verzoekster werd voldaan. Hierna heeft verzoekster het beroep ingetrokken en een vergoeding van proceskosten gevorderd.

De rechtbank heeft het verzoek om proceskostenvergoeding zonder zitting behandeld op basis van artikel 8:54 van Pro de Awb. Verweerder, het UWV, heeft niet gereageerd op het verzoek. De rechtbank acht het verzoek kennelijk gegrond en veroordeelt het UWV tot betaling van de proceskosten van verzoekster.

De proceskosten worden vastgesteld op €525,- voor de beroepsmatige rechtsbijstand, gebaseerd op één punt voor het indienen van het beroepschrift met een wegingsfactor 1 volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht. Daarnaast is het UWV verplicht het griffierecht van €47,- te vergoeden conform artikel 8:41, zevende lid van de Awb.

De uitspraak is gedaan door rechter G.P. Loman op 28 mei 2020, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €525,- en griffierecht van €47,- aan verzoekster.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 19/2887

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 mei 2020 in de zaak tussen

[verzoekster] , te [woonplaats] , verzoekster

(gemachtigde: mr. P. Breedveld)
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen,verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekster om vergoeding van haar proceskosten.
Verweerder heeft op 12 juli 2019 een besluit genomen. Verzoekster is hiertegen in beroep gegaan.
Bij besluit van 26 februari 2020 is verweerder teruggekomen op het besluit van 12 juli 2019 en heeft hij dit besluit ingetrokken. Verweerder heeft dus gedaan wat verzoekster wilde. Verzoekster heeft daarna het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor haar proceskosten.
De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld te reageren op dat verzoek.
Verweerder heeft niet gereageerd op dit verzoek.

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. De rechtbank kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen (artikel 8:75 en Pro 8:75a van de Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb)).
2. Het verzoek wordt als kennelijk gegrond toegewezen. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door verzoekster in beroep gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 525,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een wegingsfactor 1).
3. Uit het bepaalde in artikel 8:41, zevende lid van de Awb volgt dat verweerder verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 47, - te vergoeden. Dit volgt rechtstreeks uit de wet.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 525,-.
Deze uitspraak is op 28 mei 2020 gedaan door mr. G.P. Loman, rechter, in aanwezigheid van J.T. Boddeus, griffier
.Als gevolg van maatregelen rondom het Coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken
de rechter is verhinderd om
de uitspraak te ondertekenen
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u