ECLI:NL:RBMNE:2020:2046
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid en buiten behandeling laten van wrakingsverzoek wegens misbruik en te late indiening
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de behandelend rechter in een familierechtelijke procedure, stellende dat de rechter partijdig was tijdens een zitting op 6 maart 2020. Het verzoek werd ingediend op 11 maart 2020 en op 18 maart ontvangen door de rechtbank. De wrakingskamer behandelde het verzoek op 19 mei 2020, waarbij verzoeker en de gewraakte rechter niet verschenen.
De wrakingskamer oordeelde dat het wrakingsverzoek te laat was ingediend, aangezien verzoeker al op de zitting op de hoogte was van de feiten waarop het verzoek was gebaseerd, maar pas vijf dagen later het verzoek opstelde en nog later indiende. Dit leidde tot niet-ontvankelijkheid van het verzoek.
Daarnaast werd een voorwaardelijk wrakingsverzoek tegen de wrakingskamer zelf ingediend, omdat verzoeker bezwaar maakte tegen de afwijzing van zijn verzoek om uitstel. De wrakingskamer stelde dit verzoek buiten behandeling wegens evident misbruik van recht, aangezien het verzoek niet was gebaseerd op feitelijk gedrag van de wrakingskamerleden, maar op een nog te nemen procesbeslissing.
De wrakingskamer benadrukte het belang van het beginsel van hoor en wederhoor, maar stelde dat geen verplichting tot verschijnen bij de wrakingskamer bestaat. Het verzoek om uitstel werd afgewezen wegens onvoldoende motivering en onduidelijke verhindering. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Wrakingskamer verklaart wrakingsverzoek niet-ontvankelijk wegens te late indiening en stelt wrakingsverzoek tegen wrakingskamer buiten behandeling wegens evident misbruik van recht.